De Chinees-Indische restaurantcultuur in Nederland behoort vanaf vrijdag officieel tot de Inventaris Immaterieel Erfgoed. De nieuwe registratie valt samen met de viering van het Chinees Nieuwjaar.

De Chinees-Indische restaurantcultuur is op de lijst gezet na een voordracht van de stichting Meer dan Babi Pangang. Het platform is opgericht door een groep Nederlanders met Aziatische wortels die zich wil verweren tegen racistische stereotypen en probeert rolmodellen met Aziatische wortels in de schijnwerpers te zetten.

De eerste Chinese restaurants dienden zich begin twintigste eeuw in Rotterdam aan. Na de Tweede Wereldoorlog groeide de interesse in Aziatisch eten in Nederland, onder meer door de komst van veel Indische Nederlanders nadat Indonesië de onafhankelijkheid had uitgeroepen.

Het aantal Chinese restaurants is in de afgelopen tien jaar flink teruggelopen. Dit komt deels door de toegenomen diversiteit in de horeca. Chinees eten, dat doorgaans vrij zwaar en vet is, heeft echter ook te lijden onder de opkomst van gezonder eten.

Op de lijst staan ook poffertjes, Koningsdag en snert

De lijst bevat meer dan 160 vormen van immaterieel erfgoed, waaronder ambachten, feesten en sociale praktijken. Gemeenschappen die trots zijn op hun tradities, kunnen deze zelf voordragen voor bijschrijving op de lijst. Zij moeten dan aantonen dat ze bezig zijn met de borging van hun immaterieel erfgoed en dat ze aan de zichtbaarheid ervan werken.

Andere kenmerkende Hollandse zaken die op de lijst staan, zijn Pride Amsterdam, Koningsdag, poffertjes bakken en snert koken. De lijst bestaat sinds 2012.