Vier kinderen hebben afgelopen weekend in Australië ruim 1.000 kilometer afgelegd in een auto die ze van een van hun ouders hadden gestolen. Het jongste kind was tien jaar, de oudste veertien.

De kinderen namen vishengels en contant geld met zich mee. Daarnaast had een van hen thuis een afscheidsbrief achtergelaten, aldus persbureau AP maandag. Waarom zij zijn weggelopen, is niet duidelijk.

De kinderen reden zaterdag van Rockhampton (Queensland) langs de oostkust richting het zuiden. De politie hield de kinderen de volgende dag aan in Grafton (New South Wales), nadat ze betrokken waren geweest bij twee benzinediefstallen en een politie-achtervolging.

De auto waarin ze reden, was als gestolen opgegeven. De ouders waren volgens de politie bezorgd over het welzijn van de kinderen. De drie jongens en het meisje komen uit verschillende gezinnen.

Politie-inspecteur Darren Williams spreekt in gesprek met AP zijn verwondering uit over de grote afstand die de kinderen hebben gereden. "Ik kan mij niet voorstellen dat iemand die afstand in twee dagen rijdt", aldus Williams.