Veertien vrijwilligers die momenteel op de Mount Everest afval opruimen, zijn tijdens hun werkzaamheden op vier lichamen gestuit. De klimmers willen in 45 dagen tijd 10.000 kilo afval opruimen, na twee weken staat de teller op ruim 3.000 kilo.

Voormalig voorzitter Ang Tshering Sherpa van de Nepalese alpinismebond NMA kijkt er niet raar van op dat de groep op lichamen stuitte. Volgens haar zorgt de opwarming van de aarde ervoor dat er steeds meer lichamen tevoorschijn komen nu de sneeuw smelt.

De hoogste berg ter wereld ligt bezaaid met blikjes, flesjes, plastic en meer, achtergelaten door klimmers die de 8.848 meter hoge top proberen te bereiken. Sinds 1922, toen de eerste slachtoffers werden geregistreerd, overleden al ruim tweehonderd klimmers.

De vrijwilligers krijgen hulp van een militaire helikopter om het afval naar beneden te brengen. Het team bereikte zondag het Nepalese basiskamp, gelegen op 5,3 kilometer hoogte, maar zet de opruimoperatie ook op grotere hoogtes voort.

Sinds 2011 probeert de Nepalese regering de hoeveelheid afval op de berg te laten afnemen, maar de toenemende stroom klimmers maakt het realiseren van dat doel lastig. Vanaf 2014 moeten klimmers borg betalen, die zij terugkrijgen wanneer ze met tenminste 8 kilo afval afdalen.