Vier Nederlandse musea willen hun roofkunst aan de rechtmatige eigenaren aanbieden. De musea gaan onderzoek doen naar de herkomst van 440.000 voorwerpen. 

Het gaat om het Museum Volkenkunde in Leiden, het Tropenmuseum in Amsterdam, het Afrika Museum in Berg en Dal en het Wereldmuseum in Rotterdam. Gezamenlijk worden deze musea ook wel het Nationaal Museum van Wereldculturen genoemd.

Volgens NRC Next voelen de musea zich ongemakkelijk over de koloniale roofkunst in hun collectie. Het is niet duidelijk om hoeveel voorwerpen het gaat. "Maar er zijn zeker stukken die de vraag oproepen of we ons daar nog wel comfortabel bij voelen", zegt Stijn Schoonderwoerd, directeur van het Nationaal Museum van Wereldculturen.

Een voorbeeld daarvan zijn de 139 objecten uit het voormalige koninkrijk Benin, een gebied in het huidige Nigeria. Het is aannemelijk dat een groot deel daarvan tijdens een strafexpeditie in 1897 is geroofd. De Nigeriaanse overheid vraagt al sinds haar onafhankelijkheid in 1960 om teruggave.

'Morele en ethische kwestie'

Het punt is dat het niet zeker is of het om roofkunst gaat. De objecten kunnen namelijk ook op legale wijze zijn verkregen. "Dat moet forensisch worden onderzocht", zegt Schoonderwoerd.

Juridisch gezien hebben rechtmatige eigenaren geen poot om op te staan. Volgens Schoonderwoerd zijn eigendomskwesties allang verjaard. "Dit gaat over moraliteit en ethiek", stelt hij. Uiteindelijk beslist de overheid of een verzoek tot teruggave wordt gehonoreerd, omdat de collectie van de vier musea staatseigendom is. De musea kunnen de minister daarbij alleen adviseren.

Aan het eind van het jaar willen de musea met criteria voor restitutie komen. Het zijn daarmee de eerste musea in Europa die teruggave mogelijk maken.