Rusland, de Verenigde Staten en de Verenigde Naties overleggen 5 juni in Genève over hoe ze een internationale vredesconferentie voor Syrië van de grond kunnen krijgen. 

Dit heeft het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken donderdag laten weten.

De Amerikaans-Russische vredesinspanningen haperen. Het Kremlin en het Witte Huis steunen verschillende partijen in de burgeroorlog en de rebellen die tegen de Syrische regering vechten, stellen voorwaarden aan deelname.

Zo willen ze dat eerst wordt afgesproken op welk moment president Bashar al-Assad van het politieke toneel verdwijnt.

Donderdag stelde een overkoepelende organisatie van oppositiegroepen, de Nationale Coalitie, meer eisen. Ze stelde op een bijeenkomst in Istanbul dat eerst de aanvallen op de stad Qusair moeten worden gestopt en dat de strijders van de Libanese sjiitische beweging Hezbollah het land moeten verlaten.

Soennitische extremisten

Het gewapend verzet in Syrië tegen het regime van Assad wordt steeds meer gedomineerd door soennitische extremisten die wapens krijgen van Qatar of Saudi-Arabië. Assad is van de minderheid van de alawieten die een sektarisch geloof aanhangen dat enigszins verwant is aan het sjiitische geloof.

Assad krijgt steun van de Libanese sjiieten die in de beweging Hezbollah over ervaren en goed bewapende strijders beschikken.

Hezbollah

Hezbollah steunt het offensief van regeringstroepen om de strategisch gelegen stad Qusair, 110 kilometer ten noorden van Damascus, te heroveren op rebellen. Strijders in de stad die niet ver van de Libanese grens ligt, hebben donderdag om militaire en medische hulp gevraagd.

Qusair is voor de rebellen belangrijk omdat het op de route ligt van Libanese havens naar de door rebellen gedomineerde streken in het noordwesten van Syrië. Voor de regering is de streek van Qusair van groot belang omdat die ligt op de verbinding van de hoofdstad Damacus met de Syrische kust en havens.

Alles over Syrië in ons dossier