De Europese Unie en Nederland dreigen volgens het Instituut Clingendael betrokken te raken bij de verdere internationalisering van de burgeroorlog in Syrië.

Het opheffen van het EU-wapenembargo aan Syrische strijdgroepen behelst volgens directeur Ko Colijn "meer risico’s dan voordelen".

Hoewel Nederland geen wapens levert, overwegen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk dat na de zomer wel te doen.

Colijn vreest dat wapenleveranties vanuit Europa aan het Vrije Syrische Leger van generaal Salim Idris bijdragen aan een verscherping van het conflict, waarbij vele landen actief betrokken zijn of alsnog dreigen te raken.

''Nieuwe wapens verstoren het bestaande machtsevenwicht", zegt Colijn over het besluit van de EU tot het opheffen van het wapenembargo. ''Misschien helpt die druk om partijen aan de onderhandelingstafel in Genève te krijgen, maar het risico bestaat dat Assad er in de aanloop naar de vredesbesprekingen nog even een schepje bovenop gooit en terreinwinst probeert te boeken."

Overigens moet de rol van Europa volgens Colijn niet worden overdreven. ''De Russen en Amerikanen noch een aantal andere landen hebben zich ooit aan een Europees wapenembargo gebonden. De leveranties gingen gewoon door."

Strijdgroepen

Het Syrische strijdtoneel is volgens de voorman van het instituut voor vredesvraagstukken een lappendeken aan politieke en religieuze belangen. Er zijn meer dan twintig strijdgroepen actief, die met wapens en geld worden gesteund vanuit buurlanden Turkije, Libanon, Jordanië, Irak, Iran en door Koerdische vrijheidsstrijders.

Zoals generaal Idris met zijn Vrije Syrische Leger wordt gesteund door het westen, zo wordt volgens de New York Times de radicale islamitische strijdgroep Al Nusra gesteund en gefinancierd door Saudi-Arabië en Qatar.

Nieuwe wapenleveranties lijken de machtsbalans in de bloedige burgeroorlog met meer dan 70.000 doden echter te verstoren, zo vreest de Clingedael-directeur.

Colijn sluit bijvoorbeeld niet uit dat Israël in het geweer komt tegen aanstaande Russische wapenleveranties.

De Russen staan op het punt S-300 luchtafweerraketten te leveren, die de Syrische president  Bashar Al-Assad mogelijk ter afschrikking wil gebruiken tegen een eventuele westerse interventie vanuit de lucht.

Israël heeft gedreigd met militair ingrijpen, wanneer die leveranties van luchtdoelgeschut daadwerkelijk plaatsvinden. ''Als dat gebeurt, dan krijgen we een verdere escalatie en internationalisering van de oorlog in Syrië", voorspelt Colijn. ''Dan wordt de strijd heviger dan ooit."

Onderhandelingstafel

Het opbouwen van internationale druk kan volgens hem echter ook helpen de partijen aan de onderhandelingstafel in Genève te krijgen.

Colijn maakt een vergelijking met de akkoorden van Dayton in 1996, waarbij uiteindelijk een vredesplan voor het conflict in Bosnië werd gesloten.

''De Russen en Amerikanen hebben beiden afgesproken dat ze de strijdende partijen in Syrië aan de onderhandelingstafel zouden brengen. President Poetin wil daarbij zijn rol als leider van een grootmacht onderstrepen", luidt de analyse van Colijn. ''Maar ik ben somber over de kansen op succes."

Het is naar zijn oordeel belangrijk dat Rusland bereid is Assad te offeren aan de onderhandelingstafel. Colijn: ''Poetin heeft gezegd dat de positie van Assad niet doorslaggevend is bij de vorming van een overgangsregering."

Alles over de situatie in Syrië