Aan de al twee jaar durende burgeroorlog in Syrië komt maar geen eind. Maart 2013 was de bloedigste maand sinds het conflict tussen het bewind van president Bashar al-Assad en de oppositie uitbrak.

Meer dan 6000 mensen kwamen om het leven, van wie een derde burgers, volgens cijfers van het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten.

De organisatie, die alle schendingen van mensenrechten in kaart brengt, telde sinds het begin van het conflict ruim 62.000 doden. Maar het werkelijke aantal zou veel hoger liggen, mogelijk zelfs het dubbele. Inmiddels lijkt het conflict in een patstelling te zijn verzand en is feitelijk door geen van de strijdende partijen te winnen, concludeert de denktank Clingendael in een recente studie over Syrië.

Het vredesplan van de voormalige VN-gezant voor Syrië Kofi Annan leverde al geen doorbraak op. Ook de missie van zijn opvolger Lakhdar Brahimi is na maanden van praten en onderhandelen zonder resultaat gebleven. Nu alle politieke en diplomatieke opties om de crisis te bezweren zijn uitgeput, lijkt het conflict steeds meer te militariseren.

Slagkracht

De slagkracht van het Syrische leger blijft onverminderd overeind, maar ook de rebellen slagen er in de guerrilla-strijd vol te houden. ''Er is geen weg terug voor de oppositie, de strijd opgeven is om veiligheids- en psychologische redenen uitgesloten'', aldus de studie.

Aan de andere kant is het Assad-regime zich ervan bewust dat het alles te verliezen heeft. Het zet de strijd daarom tot het bittere eind voort. Verstrekkende economische sancties hebben het regime niet aan het wankelen kunnen brengen.

Nog steeds lopen regeringsfunctionarissen en hoge militairen over, maar niet uit de kring van naaste vertrouwelingen van Assad en ook niet in die mate dat het de veiligheidsstructuur van het regime aantast.

Strijd

De strijd in Syrië, die op 15 maart 2011 met het schieten op betogers in Daraa begon, lijkt nog wel even te duren, vreest ook Reinoud Leenders, Midden-Oostenkenner en politicoloog aan de universiteit King's College in Londen. ''Er is nu een patstelling, de rebellen hebben heel veel moeite terreinwinst te boeken en het regime houdt zijn posities vast en slaat zelfs hard terug.''

Ondertussen klampen zich meer mensen vast aan het regime van Assad, omdat het conflict zo sektarisch is geworden. Het sektarische karakter overschaduwt de strijd en drijft mensen, vooral minderheden, in het kamp van het regime, meent Leenders. Dat komt ook door de angst voor jihadisten.

Deze ''islamistische elementen in de oppositie hebben successen geboekt. Maar het is moeilijk hun invloed op termijn in te schatten, omdat nu niemand de overhand heeft, er heerst anarchie''.

Europa

Europa beraadt zich deze weken over een besluit over mogelijke levering van wapens aan de oppositie in Syrië. De Fransen en Britten pleitten openlijk voor het leveren van wapens. Maar veel landen, waaronder Nederland, vrezen een escalatie van het conflict of een mogelijke verspreiding naar andere gebieden in de regio als er meer wapens naar Syrië gaan.

Ook zijn de landen bang dat de wapens in verkeerde handen komen. Sommige Arabische landen sturen al wapens naar de opstandelingen. Iran levert juist aan de regering van president Bashar al-Assad.