Nederland zou particuliere hulporganisaties die in Syrië werken in gebieden die niet meer onder controle zijn van president Bashar al-Assad, met meer geld moeten ondersteunen.

Dat stelt Joël Voordewind, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie, vrijdag na een bezoek aan het grensgebied tussen Syrië en Turkije.

''Er zijn zo veel mensen die nu niet door hulpverleners worden bereikt. Artsen zonder Grenzen en stichting Vluchteling steken hun nek uit om in deze moeilijke gebieden hun werk te doen, omdat de VN er niet mag komen. Die partijen zouden we beter moeten ondersteunen'', aldus Voordewind.

Hij noemt de situatie in het grensgebied schrijnend. Aan de Turkse zijde van de grens is de opvang van vluchtelingen volgens Voordewind goed geregeld, hoewel de kampen veelal vol zitten. Maar mensen die in Syrië aan de grens verblijven, hebben het een stuk minder goed. ''Daar schreeuwen de vluchtelingen nog altijd om hulp.''

Wapens

Ondertussen vragen de rebellen van het Vrije Syrische Leger de internationale gemeenschap om wapens. ''Zij zeggen: geef ons liever kogels dan brood. Maar dat is zeer problematisch'', aldus Voordewind.

De rebellen werken ook samen met radicalere bewegingen, die daardoor de wapens eveneens in handen kunnen krijgen. ''Het is te gecompliceerd om nu wapens te leveren aan de oppositie, want dé oppositie bestaat hier niet'', zegt de politicus.
 

Lees alles over de onrust in het Midden-Oosten in ons dossier