Regeringstroepen en rebellen leveren felle strijd rond een politie-opleidingsschool bij de stad Aleppo in het noorden van Syrië. 

Antiregeringsactivisten meldden dinsdag dat daarbij in de afgelopen twee dagen ten minste 26 opstandelingen, veertig soldaten en vijf regeringsgezinde militieleden zijn omgekomen.

De politieacademie, die volgens de opstandelingen is veranderd in een militaire basis, is een nieuw front in de strijd om Aleppo, de grootste stad van Syrië.

De rebellen hebben sinds juli 2012 beetje bij beetje meer van de stad in handen gekregen en legerinstallaties ten noorden van Aleppo veroverd. Als het regime ook de politieacademie verliest, wordt het nog lastiger om stellingen van de rebellen onder vuur te nemen en de regeringstroepen in de stad te ondersteunen.

Waterkrachtcentrale

De regeringstroepen hebben in de afgelopen weken een waterkrachtcentrale, een belangrijk olieveld en twee legerbases aan de belangrijkste verkeersweg tussen Aleppo en het vliegveld ten oosten van de stad aan de rebellen moeten prijsgeven. De oppositiestrijdkrachten proberen al weken de internationale luchthaven van Aleppo te veroveren.

Door de langdurige strijd zijn grote delen van Aleppo, niet zo lang geleden een van de mooiste steden van Syrië, in puin gelegd en zijn de humanitaire omstandigheden voor de achtergebleven bevolking penibel geworden.

Human Rights Watch

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch maakte dinsdag bekend dat bij minstens vier raketinslagen in Aleppo en het nabijgelegen Tel Rifat 141 mensen zijn gedood, onder wie 71 kinderen.

De raketten verwoestten elk rond de twintig gebouwen, berichtte onderzoeker Ole Solvang, die in geen van de getroffen wijken militaire doelen kon zien.

Alle berichten over de onrust in het Midden-Oosten in ons nieuwsdossier