AMSTERDAM - Syrische gevechtsvliegtuigen hebben dinsdag een reeks luchtaanvallen uitgevoerd op bolwerken van opstandelingen in het noorden van het land.

Daarbij is volgens activisten een onbekend aantal slachtoffers gevallen.

De luchtaanvallen hadden plaats in de provincies Idlib en Aleppo. Volgens Syrische activisten gaat het om de hevigste bombardementen sinds de opstandelingen vorige week terreinwinst boekten in de regio.

Rebellen namen 10 oktober de stad Maaret al-Numan in de provincie Idlib in. Het regime van de Syrische president Bashar Assad zet steeds vaker gevechtsvliegtuigen in tegen de rebellen, die grote delen van het noorden van het land hebben ingenomen.

Aleppo

Volgens Rami Abdul-Rahman van het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten werden in Maaret al-Numan in een uur tijd twaalf luchtaanvallen uitgevoerd. In de noordelijke stad Aleppo, waar het leger en rebellen al wekenlang strijd leveren, werd ook dinsdag weer gevochten.

Activisten maakten melding van meerdere slachtoffers. Op het platteland in Idlib, in het stadje Kfarnebel, kwamen twee kinderen van 10 en 6 jaar om het leven.

Volgens Syrische activisten zijn sinds het begin van de opstand, vorig jaar maart, meer dan 33 duizend mensen om het leven gekomen.

Alle berichten over de onrust in het Midden-Oosten in ons nieuwsdossier