GENEVE - Het Rode Kruis haalt een aantal buitenlandse medewerkers weg uit Syrië, omdat het steeds onveiliger wordt in het land.

Dat liet het Internationale Comité van het Rode Kruis vrijdag in Genève weten. De organisatie kondigt dergelijke terugtrekkingen zelden aan.

Het Rode Kruis verplaatst een aantal medewerkers naar Beiroet in Libanon. Er blijft een kernteam aan het werk in de hoofdstad Damascus. De hulpverleners van de Syrische Rode Halve Maan, zoals het Rode Kruis in islamitische landen wordt genoemd, brengen voedsel en medicijnen naar de bevolking.

Uit vrees voor een bloedbad in Aleppo heeft de Rode Halve Maan een aantal ambulancechauffeurs en eerstehulpverleners teruggetrokken uit die stad. De VN-mensenrechtenchef, Navi Pillay, roept zowel de militairen als de rebellen op om burgers in Aleppo te sparen.

Gehalveerd

De Verenigde Naties hebben deze maand stilzwijgend het aantal hulpverleners van de humanitaire operatie in Syrië al gehalveerd naar 30. Dat deden ze in de week van de aanslag van 18 juli, waarbij vier functionarissen van het regime van president Bashar al-Assad omkwamen.

Het Internationale Rode Kruis levert voedsel en medicijnen aan burgers in gebieden waar wordt gevochten, waaronder Homs, Hama, Idlib, Daraa en het platteland rondom Damascus. Dat doet de organisatie samen met de Syrische Rode Halve Maan.

Sinds de opstand tegen het regime van Assad ruim een jaar geleden begon, zijn vijf medewerkers van de organisatie omgekomen door geweld.

Burgers

Volgens Pillay escaleert het geweld in steden zoals Aleppo en Damascus. Ze zei dat de Syrische regering burgers moet beschermen of anders de consequenties daarvan moet dragen.

Aleppo is het front geworden tussen regeringsgetrouwe troepen en rebellen. De regering heeft veel extra troepen gestuurd naar Aleppo, 300 kilometer ten noorden van Damascus, om de rebellen te verdrijven uit een aantal wijken.