VN-waarnemers bekijken detentiecentra Syrië

AMSTERDAM - Waarnemers van de Verenigde Naties in Syrië moeten niet alleen kijken naar gevechten, maar ook naar mensenrechtenschendingen zoals martelingen en executies. 

Dat zei de Noorse onderzoeker Ole Solvang (33) van de internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) woensdag in Amsterdam.

De Noor maakt een overzicht van ondergrondse detentiecentra van de geheime dienst, waarvan er volgens hem tientallen verspreid zijn over Syrië.

''Hier worden arrestanten gemarteld, onder meer met elektrische schokken. De martelingen worden verricht met geavanceerde apparatuur en ze zijn overal hetzelfde.'' Dat wijst er volgens Solvang op dat ze van hogerhand zijn opgelegd.

Tijdelijke oplossing

De huidige VN-waarnemersmissie biedt volgens hem slechts een tijdelijke oplossing voor het conflict in Syrië, dat inmiddels zo'n 11.000 levens heeft geëist. Hij wil dat landen van de VN-Veiligheidsraad Rusland veel meer onder druk zetten om in te stemmen met een onderzoek van het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Volgens hem gebeurt dat nu amper. ''Pas als agenten van de Syrische geheime dienst vrezen dat ze mogelijk gestraft worden voor het doden van burgers, zal het geweld stoppen of verminderen.''

Solvang sloop eind maart vanuit Turkije in het geheim de grens over naar Syrië. Wat hem opviel in de noordelijke provincie Idlib was de onverschrokkenheid van burgers. ''Mensen zijn de angst voorbij. Ze vertellen maar al te graag wat hun is overkomen.''

Geheime dienst

Agenten van de geheime dienst gingen volgens Solvang met namenlijsten van burgers of leden van het Vrije Syrische Leger van deur tot deur.

''Ze pakten personen van de lijst of hun familieleden op, brachten hen bijeen in een woning en schoten ze dood. Ook staken ze per dorp honderden woningen in brand.''

Weerstand

Het Vrije Syrische Leger kan volgens hem amper weerstand bieden aan het leger. ''Als het leger een dorp binnenvalt, vluchten de oppositiestrijders vrij snel weg. Nadat het leger heeft huisgehouden, komen ze weer terug.''

Het leger is volgens Solvang te klein om constant in alle dorpen aanwezig te zijn. Oppositiestrijders klagen op hun beurt over het gebrek aan wapens. ''Ze kunnen amper een vuist maken.''

Sektarisch

Volgens Solvang krijgt het conflict een steeds sektarischer karakter. ''De tijd dringt. Eerst hoorde je burgers spreken over militairen die misdaden begingen, nu spreken ze over alawitische militairen.''

Dit is volgens de Noor precies wat de regering wil. ''Die wil bereiken dat minderheden bang zijn voor wraak van de soennitische meerderheid als het regime van de alawitische leider Bashar al-Assad zou vallen.''

Daarom benadrukt HRW volgens de Noor in haar rapporten dat ook strijders van de oppositie zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten

Lees meer over:
Tip de redactie