GENÈVE - Sinds de demonstraties tegen de regering van Syrië half maart begonnen, heeft het geweld in dat land aan zeker 2600 mensen het leven gekost.

Dat heeft de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, Navi Pillay, maandag gezegd.

Pillay zei zich te baseren op ''betrouwbare bronnen ter plaatse''. Zij sprak de VN-mensenrechtenraad toe die maandag in Genève aan haar 18e zitting begon. Het door de VN geschatte dodental stond al geruime tijd op 2200.

Waarnemers

Het is bijzonder moeilijk achter exacte cijfers over het aantal doden te komen. Het regime van president Bashar al-Assad laat geen buitenlandse media en waarnemers toe.

De schattingen over het aantal doden zijn vooral gebaseerd op waarnemingen van getuigen en meldingen van mensenrechtenorganisaties in het buitenland.

Een adviseur van Assad, Bouthaina Shaaban, noemde maandag in Moskou een veel lager aantal doden. Volgens hem zijn sinds half maart 700 tegenstanders van het bewind en 700 politieagenten gedood.

Sancties

De Russische president Dmitri Medvedev zei maandag dat er geen nieuwe strafmaatregelen tegen Syrië nodig zijn.

''Op dit moment is er al een groot aantal sancties tegen Syrië, van de Europese Unie en de Verenigde Staten, en daarom is nog meer druk nu absoluut niet nodig'', zei Medvedev tijdens een persconferentie met de Britse premier David Cameron.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten