DAMASCUS - Het geweld in Syrië heeft zondag aan zeker vijftien mensen het leven gekost. Dat is op te maken uit meldingen van het staatspersbureau SANA en activisten tegen president Bashar al-Assad.

SANA berichtte dat zes militairen en drie burgers om het leven kwamen, toen ''een gewapende groep'' het vuur opende op een bus in de plaats Magarda in het midden van het land.

Zeventien inzittenden raakten gewond. Volgens het persbureau zaten in de bus behalve militairen arbeiders die op weg naar hun werk waren.

De plaatselijke coördinatiecommissies, waarbij antiregeringsgroeperingen zijn aangesloten, meldden dat de veiligheidsdiensten drie tegenstanders van de regering hebben doodgeschoten in de noordwestelijke provincie Idlib.

Het hoofd van het Rode Kruis, Jakob Kellenberger, is zaterdag in Damascus aangekomen. Hij wil met Assad praten over de mogelijkheden om gevangenen te bezoeken en naar de steden te gaan waar veel tegen de regering is betoogd. Sinds de demonstraties op 15 maart begonnen, zijn volgens de Verenigde Naties meer dan 2200 mensen gedood.