DEN HAAG - Nederland geeft een deel van de bevroren tegoeden van het Libische regime vrij. Dat gebeurt op verzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die met het geld medicijnen zal verspreiden onder de Libische bevolking.

Het gaat om 100 miljoen euro.

Dat heeft minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken maandag aangekondigd. Het sanctiecomité van de Verenigde Naties heeft er volgens hem mee ingestemd om het geld vrij te geven aan de WHO.

Nederland is het eerste land dat op deze manier meewerkt aan financiële ondersteuning van de noodlijdende gezondheidssector in Libië, aldus Buitenlandse Zaken.

Miljarden

In Nederland zijn naar verluidt in totaal enkele miljarden van het Libische regime bevroren. Over het besluit om daarvan nu 100 miljoen euro te ontdooien voor gebruik door de WHO, is volgens Rosenthal geen overleg geweest met het regime.

Het geld gaat naar mensen in Benghazi en andere rebellengebieden en naar Libiërs die nog onder controle van het regime van Muammar Kaddafi staan. Het gaat vooral om medicijnen tegen suikerziekte (insuline) en hartkwalen en middelen die nodig zijn voor chirurgische ingrepen, zei Rosenthal in een toelichting.

Afknijpen

De minister noemt het besluit om de tegoeden te ontdooien een goed voorbeeld van hoe sancties behoren te werken. ''Ik zeg altijd dat sancties het regime moeten afknijpen, en dat de bevolking hiervan niet de dupe mag worden. Dat is precies wat er nu gebeurt: bevroren geld van Khadaffi wordt gebruikt om Libische levens te redden.'' 

Alles over de onrust in het Midden-Oosten