Profiel: Libië

Na meer dan veertig jaar en diverse pogingen tot een militaire staatsgreep, onstaat in februari, net als in veel andere Arabische landen, in Libië opstand tegen het bewind van de zittende leider Muammar Kaddafi. Een korte schets van de situatie in het voor buitenlanders moeilijk toegankelijke land.

Staatsvorm: Jamahiriya, (Een door Kaddafi bedachte term die meestal wordt vertaald als ‘Volksrepubliek’ )

Regering: staatshoofd Muammar Kaddafi

Bewind: Autoritair bewind
Plaats op Democracy Index van The Economist: 158

Hoofdstad: Tripoli

Inwoners: 6,5 miljoen

Religieuze stromingen: 97 procent van de bevolking is soennitisch moslim

De Libische leider Muammar Kaddafi kwam in 1969 op 27-jarige leeftijd aan de macht door een staatsgreep. Die moest een eind maken aan “onderdrukking, misbruik en onrechtvaardigheid''. Al vier decennia lang blijft hij inmiddels dankzij dezelfde factoren aan de macht. Hij overleeft dankzij de enorme olie- en gasinkomsten en zette zijn familie- en stamleden op cruciale posten in het veiligheidsapparaat. Elke vorm van oppositie wordt keihard onderdrukt.

Geïnspireerd door de Jasmijnrevolutie van Tunesië, de revolutie in Egypte en opstanden in diverse andere Arabische landen braken er half februari protesten uit in Benghazi in het oosten van Libië. Een paar dagen later sloegen de betogingen over naar de Tripoli. De demonstranten eisen democratische hervormingen.

De stad Benghazi ontwikkelt zich tot bolwerk van het verzet tegen Kaddafi. Andere steden als Misurata en Ajdabiya vallen ook in een vroeg stadium in handen van de rebellen, maar worden later zwaar bevochten en troepen van Kaddafi lijken er weer voet aan de grond te krijgen. Met regelmaat is het onduidelijk of rebellen of regeringstroepen de overhand hebben in steden en gebieden.

Gewelddadig

De betogingen in Libië gaan er zeer gewelddadig aan toe. Kaddafi zet in de weken na de eerste protesten steeds groffer geschut in om de demonstraties de kop in te drukken. Precieze aantallen van slachtoffers zijn er niet. In diverse toespraken op de staatstelevisie blijft de Libische leider aanvankelijk ontkennen dat er sprake is van een opstand en geweld in zijn land.

Kaddafi noemt zichzelf steevast 'revolutionair leider' en beweert dat de opstandelingen, jonge mensen zijn die kwalijk worden beïnvloed door drugs, het westen en terreurnetwerk Al-Qaida.

Militair ingrijpen

Na lang diplomatiek overleg stemt op 17 maart de VN-veiligheidsraad in met een resolutie die militair ingrijpen in Libië mogelijk maakt. De leiding van de internationale militaire actie, waar ook Nederland aan deelneemt, wordt tien dagen later overgenomen door de NAVO.

NAVO-troepen handhaven een wapenembargo en een vliegverbod boven Libië, en mogen ook aanvallen uitvoeren op Libische troepen als die de burgerbevolking bedreigen. 

Het is duidelijk dat de betogingen en het geweld in Libië veel levens heeft geëist. Exacte getallen zijn niet te geven.

Sinds het militair ingrijpen hebben er geen 'gewone' betogingen of protestmarsen meer plaatsgevonden. Gewapende tegenstanders van het regime vechten, bijgestaan door de internationale coalitie, tegen de troepen van Kaddafi.

Onverzettelijk

De leider toont zich onverminderd onverzettelijk. Zijn woordvoerders laten meermaals weten dat het ondenkbaar is dat Kaddafi vertrekt.

Toch lijkt er begin april toch wat beweging te zijn. Kaddafi stuurt gezanten naar onder meer Griekenland en Turkije die melden dat Libië een einde wil aan het geweld. Minister van Buitenlandse Zaken Moussa Koussa, lange tijd een belangrijke vertrouweling van Kaddafi, loop eind maart over een vlucht naar Londen.

Libië

Libië

De precieze situatie in Libië is vaak onduidelijk. Het land laat geen buitenlandse journalisten toe, binnenlandse berichtgeving wordt hevig gecensureerd en de staatsmedia verspreiden louter propaganda. Toch lukt het sinds maart mondjesmaat verslaggevers om het land, vooral in het oosten, te betreden.

Veel Libische ambassadeurs in het buitenland hebbenKaddafi laten vallen. ''Wij zijn niet loyaal aan hem, wij zijn loyaal aan het Libische volk'', liet de ambassadeur in Kuala Lumpur weten. Onder anderen zijn collega’s in India, Maleisië, China en zelfs de Verenigde Staten stemmen daarmee in. Ook de permanente afgevaardigde van Libië binnen de Arabische Liga zei Kaddafi niet meer te steunen.

Kaddafi

Kaddafi zat meer dan tien jaar (van 1992 tot 2003) opgesloten in eigen land. Libië leed onder internationale sancties, het leger vocht met moslimextremisten en militairen deden meerdere, vergeefse pogingen tot een staatsgreep. Toch bleef hij op zijn post.

2003 was een cruciaal jaar. Toen sloot Kaddafi een akkoord met Washington over schadevergoeding voor de aanslag op het Amerikaanse vliegtuig dat in 1988 boven het Schotse Lockerbie was neergestort. Daardoor kwam er een eind aan de isolatie. Toen hij ook nog zijn massavernietigingswapens opgaf, zette het Westen de deuren helemaal open.

Alle berichten over Libië

Bronnen:
CIA – The World Factbook
Economist Democracy Index, December 2010

Onrust in Libië

Deel deze foto via:

Terug naar slideshow

Lees meer over:
Tip de redactie