TRIPOLI - Elke vorm van oppositie is verboden in Libië. Veel opposanten zijn vermoord, zitten in de gevangenis of leven in ballingschap in het buitenland. De oppositie is verdeeld en gefragmenteerd. Hoeveel steun zij in Libië genieten, is onduidelijk.

De islamisten zijn de bekendste, maar niet de enige tegenstanders van het regime onder leiding van Muammar Kaddafi. Het gaat om groepen als de Libische Islamitische Strijdgroep (LIFG), de Islamitische Jihad en de Moslimbroederschap.

In het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw voerde het LIFG in het oosten van Libië een felle gewapende strijd tegen het regime. Dat gebeurde in de regio rond Benghazi. De LIFG streeft naar de vorming van een islamitische staat.

Tussen 1995 en 1998 voerde de LIFG guerrilla-acties uit in Cyrenaica. Ook pleegde de groep een mislukte aanslag op Kaddafi.

Opstandelingen

Het leger bombardeerde de schuilplaatsen van de opstandelingen in de bergen. De acties bleven tot dit gebied beperkt.

De LIFG zou in deze tijd ongeveer 2500 leden hebben geteld. Veel strijders van de LIFG waren actief geweest in Afghanistan.

Een groot aantal mensen van de LIFG kwam om of verdween in de gevangenis. In 2007 sprak de organisatie haar steun nog uit voor al-Qaeda.

Excuses

In 2010 liet Kaddafi verscheidene leiders van de organisatie vrij nadat ze het geweld hadden afgezworen en excuses hadden aangeboden aan het bewind.

De afgelopen tien jaar zijn volgens mensenrechtenorganisaties enkele honderden politieke gevangenen in Libië vrijgelaten.

Het huidige protest lijkt zich (nog) te beperken tot Benghazi en het nabije al-Baida. In dit gebied bestaat een traditie van verzet tegen Kaddafi sinds zijn machtsovername in 1969.

Via internet wordt opgeroepen tot demonstraties. Het is onduidelijk of de betogingen spontaan zijn of worden georganiseerd.