Nu banen in loondienst door het thuiswerken flexibeler zijn geworden, wordt het zzp-schap minder aantrekkelijk. Natuurlijk zijn er voordelen aan een leven als zelfstandige, maar de altijd geprezen vrijheid past niet iedereen als een oude jas. Onder anderen Rins Rutgers en Jannes van der Velde maakten de stap van zzp naar vast.

Zo'n 11 procent van de zzp'ers zou momenteel liever in loondienst willen werken. Die wens is groter onder 15- tot 35-jarigen dan bij de oudere zzp'ers: respectievelijk 17 procent, tegenover 10 procent. Het onzekere inkomen wordt als het vervelendst ervaren. Ook de disbalans tussen werk en privé speelt mee, zo blijkt uit een recente zelfstandigenenquête van onderzoeksorganisatie TNO en statistiekbureau CBS.

Rins Rutgers (28) is zo iemand die zijn zzp-bestaan aan de wilgen heeft gehangen. Drie jaar lang bouwde hij als sensor- en applicatieontwikkelaar elektronica voor makers van apparatuur. Dat deed hij voor onder andere de Hogeschool Utrecht.

Die organisatie maakte hem begin dit jaar attent op een vacature voor een zogenoemde DevOps-engineer (DevOps is een combinatie van ontwikkeling en bedrijfsactiviteiten). "Ik deed best veel voor de hogeschool en met de Wet arbeidsmarkt in balans vond die het veiliger om me in vaste dienst te nemen. Gezien de voordelen van een vaste baan was de keuze snel gemaakt."

“Dienstverbanden zijn ook een kwestie van macht geworden: wie er één heeft, is minder kwetsbaar.”
Anne Megens, beleidscoördinator

De voordelen zijn evident: "Vooral een stabiel inkomen, waardoor we een hypotheek kunnen krijgen. En niet meer de voortdurende zorg om nieuwe opdrachten binnen te slepen."

Financieel is het er ook niet minder op geworden: "Het lijkt altijd of je als zzp'er veel verdient met die brutobedragen die je factureert. Maar toen ik na drie jaar belastingaangiften eens rustig ging analyseren, viel dat nog tegen ten opzichte van loondienst. Bovendien heb je met een cao de voordelen van een pensioen, vakantiedagen en bescherming bij ziekte en arbeidsongeschiktheid; dus alles bij elkaar veel meer kwaliteit van leven."

Naar verwachting neemt het aantal dienstverbanden toe

Het is de verwachting dat in de komende jaren meer zzp'ers de overstap naar een baan in loondienst maken. Dat heeft te maken met een advies van de Sociaal-Economische Raad (SER). In het advies voor 2021-2025 stelt de SER dat een te lage beloning voor zzp'ers als gevolg van gebrekkige onderhandelingsmacht als schijnzelfstandigheid gezien moet worden. Bij een tarief onder het maximumdagloon (30 à 35 euro per uur) zou dat het geval zijn. "Indien de werkende meent dat hij/zij werknemer is, is het aan de opdrachtgever voor de rechter te bewijzen dat dit niet het geval is."

Als dit voorstel van de SER in de wet wordt opgenomen, komen er mogelijk meer vaste dienstverbanden voor zzp'ers met een laag uurtarief, zoals in de cultuursector en media. Dat is de verwachting van Anne Megens, beleidscoördinator bij werkgeversvereniging AWVN. "Dienstverbanden zijn ook een kwestie van macht geworden: wie er één heeft, is minder kwetsbaar", aldus Megens.

'Ik wilde meer betrokkenheid'

"Zzp'er of loondienst is voor zowel werk- en opdrachtgever als voor freelancer en werknemer een voortdurende afweging tussen voor- en nadelen", zegt Jannes van der Velde, die zich een ervaringsdeskundige op de wip tussen vast en flex noemt: "In 2008 nam ik ontslag als woordvoerder van werkgeversvereniging AWVN. Het reizen werd me te veel en ik wilde er meer zijn voor de schoolgaande kinderen. Dat ging heel goed met een serie opdrachtgevers, maar vanaf 2011 werd het steeds meer werken voor nog twee opdrachtgevers. Toen ben ik alles opnieuw op een rijtje gaan zetten."

Toen de kinderen zelfstandig werden en zijn gezondheid wat kwetsbaarder werd, kreeg Van der Velde behoefte aan meer sociale zekerheid. Al waren er ook nadelen aan weer in dienst gaan: de vermindering van het inkomen en een verlies aan flexibiliteit.

"Ik vond het strategisch niet in orde om als zelfstandige zo afhankelijk te zijn van twee opdrachtgevers en koos voor het basisinkomen inclusief verzekering. Maar ik moet eerlijk bekennen: het was niet enkel een kille afweging. Ik wilde ook meer betrokkenheid bij de AWVN en collega's en merk dat het veilige gevoel me psychologisch goeddeed. En dat bleek ook in de praktijk na de overgang naar een vast dienstverband. Het geeft me mentale rust."