Jurken met het label er nog aan, broeken die één of twee keer gedragen zijn en shirtjes die kapot uit de was komen: wereldwijd gooien we steeds meer kledingstukken weg. Deze ondernemers willen textielafval verminderen door circulair te produceren.

Volgens de Ellen MacArthur Foundation is de mondiale kledingindustrie tussen 2010 en 2015 verdubbeld. Met meer dan honderd miljard items per jaar wordt er veel meer verkocht dan gedragen kan worden. Slechts 1 procent van alle afgedankte textiel wordt verwerkt in nieuwe kleding. Er melden zich steeds meer ontwerpers die iets aan de groeiende afvalhoop willen doen.

Bonne Suits, het label van ontwerper Bonne Reijn, heeft na zes jaar nog altijd welgeteld één item: een pak voor alle gelegenheden, genders en seizoenen. "Ik wilde een uniform maken om te laten zien hoe multifunctioneel en duurzaam kleding kan zijn", zegt Reijn.

De sector verandert te langzaam, vindt hij. "De mode-industrie werkt nog volgens dezelfde structuren als tweehonderd jaar geleden. Het is bijna onmogelijk om te achterhalen waar katoen vandaan komt. Als ik alles zo verantwoord mogelijk zou doen, kosten mijn pakken 3.000 euro per stuk."

“Natuurlijke kleurstoffen zijn over een langere periode iets minder kleurvast, maar veel minder schadelijk voor mens en milieu.”
Josephine Nijstad, Caffe Inc.

Onlangs verfde Reijn zes van zijn pakken met koffie. "Synthetische kledingverf is meestal van petrochemische oorsprong en erg vervuilend", zegt Josephine Nijstad van Caffe Inc., een bedrijf dat koffiedik inzamelt en onder meer tot kleurstof verwerkt. "Natuurlijke kleurstoffen zijn over een langere periode iets minder kleurvast, maar veel minder schadelijk voor mens en milieu."

De huidige pakken zijn beige van kleur. In het najaar verwacht Caffe Inc. verschillende tinten te kunnen maken, waaronder een kleur die meer op koffie lijkt. "Uiteindelijk willen we vijfitig tinten bruin aanbieden."

Garen voor spijkerbroeken makkelijker te recyclen

Ruben van Veen van SKOT Fashion werkt toe naar een volledig circulair overhemd. Dat is nu nog niet mogelijk, omdat voor overhemden lange dunne garens nodig zijn. Bij de recycling van katoen worden de vezels korter, zodat ze bijgemengd moeten worden met nieuwe katoen. "Voor spijkerbroeken is gerecycled garen makkelijker, omdat het korter en dikker is."

Hoewel het stikgaren voor zijn overhemden van gerecycled materiaal was, was de stof nog altijd volledig nieuw biologisch katoen. Van Veen bedacht een duurzamer alternatief. De nieuwe exemplaren bestaan nu voor 64 procent uit biologische katoen en voor 34 procent Refibra, een combinatie van gerecyclede katoen en Tencel, duurzaam geproduceerde viscose.

“Als je wol recyclet, is het opeens een van de milieuvriendelijkste stoffen.”
Ellen Mensink, Loop.a life

Ellen Mensink zag in 2013 beelden van de brand in textielfabriek Rhana Plaza in Bangladesh en besloot daarop een duurzaam kledingmerk te beginnen. "Ik wilde de enorme afvalberg van textiel benutten en kleding in Nederland laten maken." Oorspronkelijk richtte ze zich met haar merk Loop. a life op duurzame wol. "Wol bleek een van de meest milieubelastende stoffen, omdat schapen hoge concentraties van het broeikasgas methaan uitstoten. Maar als je wol recyclet, is het opeens een van de milieuvriendelijkste stoffen."

Voor kwaliteit kiezen

Mensink werkt inmiddels niet meer alleen met volledig gerecyclede wol, maar ook met garens van minstens 70 procent gerecyclede katoen, waarvan 40 procent eerder door consumenten is gedragen. Per katoenen trui wordt zo tussen de 5.000 en 10.000 liter water bespaard volgens Loop.a life. Sinds het najaar werkt het bedrijf ook met garens van gerecyclede alpaca en kasjmier, die ze niet opnieuw verven.

Om textielafval te verminderen is er volgens ontwerper Reijn ook een denkomslag bij de consument nodig. "Mensen hebben geen oog voor het ambacht achter het product. Ik probeer mijn klanten bij te brengen dat ze beter kunnen kiezen voor kwaliteit."