Steeds meer agrarische ondernemers putten uit een aanvullende inkomstenbron. Vanwege hoge kosten en lage opbrengsten moeten ze op zoek naar manieren om het bedrijf toekomstbestendig te maken. Velen van hen beginnen een eigen winkel met streekproducten of verzorgen activiteiten voor toeristen.

Vorig jaar had 42 procent van de agrarische bedrijven een extra inkomstenbron, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het gaat om een toename van 60 procent in vier jaar tijd. Het aantal winkels bij boerderijen is bijna drie keer zo groot vergeleken met vier jaar eerder.

Marijn Dekkers, sectorspecialist Food & Agri van de Rabobank, bevestigt de trend. "In de toekomst zal dit zich alleen maar voortzetten. Want het rendement van de ondernemers staat onder druk. Voedingsmiddelen in de supermarkt worden niet duurder, de kosten voor de boeren lopen wel op."

Agrariërs gaan daarom op zoek naar extra inkomsten of naar een efficiëntere manier om hun producten te produceren en aan de man te brengen, zegt Dekkers.

“We leveren direct aan de consument en kunnen zelf de prijs bepalen.”
Els van der Horst, agrarisch ondernemer

Els van der Horst van Landwinkel de Lindenhorst in het Utrechtse De Hoef schakelde zo'n vijftien jaar geleden al over op een tweede inkomstenbron . Zij en haar man konden niet bestaan van de dertig koeien die op stal stonden. Toen begonnen ze met het maken van eigen kaas en verkochten die in een winkeltje op de boerderij.

Maar Van der Horst wilde ook graag producten van andere bedrijven uit de omgeving gaan verkopen. Zo is het concept in 2006 ontstaan. Van der Horst sloeg daarvoor de handen ineen met andere agrarische producenten in haar regio. "We zijn in het Groene Hart met vijf winkels begonnen, zodat we elkaars producten konden gaan verkopen."

Omzet met 30 procent gestegen

Daarna werd pas echt goede winst geboekt. "Onze omzet is hierdoor met 30 procent omhooggegaan, ook verkopen we nu veel meer producten." De honderd landwinkels die Nederland rijk is, lopen goed, vertelt Van Der Horst. "We leveren direct aan de consument en kunnen zelf de prijs bepalen. Alle schakels zijn ertussenuit gehaald. Het enige nadeel is dat je zelf in de winkel moet staan. Gelukkig helpt mijn dochter me."

Agrarische ondernemers verzinnen ook steeds meer andere vormen van inkomstenverbreding. Ze voegen bijvoorbeeld toeristische activiteiten toe aan het bedrijf, zoals een boerencamping. Dekkers: "Daar speelt het toekomstbestendig maken van het bedrijf een grote rol in. De volgende generatie heeft niet altijd interesse in een overname van de huidige bedrijfsactiviteiten."

“Mijn dochter ambieert het akkerbouwvak niet. Toerisme vindt ze wel heel interessant.”
Jan Nijhuis, agrarisch ondernemer

Dat is ook een van de redenen waarom Jan Nijhuis zijn akker- en tuinbouwbedrijf in het Twentse Diffelen uitbreidde. "Mijn dochter ambieert het akkerbouwvak niet. Toerisme vindt ze wel heel interessant." Naast zijn eigen asperges verkoopt Nijhuis daarom in een winkel op de boerderij ook andere streekproducten. In de bedrijfskeuken waar nu eigen soepen en sauzen worden gemaakt, is een kookstudio gerealiseerd waar workshops kunnen worden gegeven.

'De akkerbouwtak wordt steeds minder belangrijk voor ons'

Samen met andere ondernemers organiseert Nijhuis kanotochten in de omgeving. "Mensen kunnen zodra het weer mag bij ons aanmeren en uitstappen voor een kopje koffie met gebak op het terras." Daarnaast is Nijhuis begonnen met de bouw van een bed and breakfast. "De akkerbouwtak wordt zo steeds minder belangrijk voor ons."

Dekkers van de Rabobank ziet bij meer agrarische ondernemers een dergelijke omslag. "Voor sommigen zal de agrarische tak een neventak worden." Maar we hoeven volgens hem in Nederland niet bang te zijn dat de agrarische sector verdwijnt: "Dit is geen begin van het eind. De verbreding versterkt de bedrijven en de sector alleen maar."