Door al het slechte nieuws over het klimaat zou je bijna vergeten dat er ook gewerkt wordt aan oplossingen. Nu.nl belicht ondernemingen die in elk geval een stap zetten in de groene richting. Deze keer: de varkenshouderij van Josse Haarhuis en compagnon Stan Gloudemans.

De varkens van zelfbenoemd varkensherder Josse Haarhuis en zijn compagnon Stan Gloudemans hebben een hoop ruimte, vergeleken met hun soortgenootjes. Ze scharrelen en wroeten in weilanden, op akkers en in de bossen van natuurbeheerders en andere landeigenaren waarmee Buitengewone Varkens samenwerkt. 250 varkens per jaar slachten ze nu; ze willen naar 500. Uitbenen doet hun vaste slagerij; de verkoop gaat via regionale winkels en - als er tenminste geen lockdown is - 'de betere horeca'.

De prijs per kilo is volgens Haarhuis vergelijkbaar met biologisch en rond de 30 procent hoger dan die in de supermarkt. Weer een nieuw product voor de 'groene elite'? De varkensherder kijkt verbaasd. "Nee, hoor. Mensen proeven het verschil en hebben de hogere prijs ervoor over. Ze kopen er ook minder van. En dat is precies de bedoeling." Buitengewone Varkens wil deze weggemoffelde dieren ("Wie ziet er ooit nog een varken?") hun plek teruggeven in de natuurlijke kringloop. "Daar hebben ze een positieve impact op het milieu."

Croissantjes en stol voeren

"Kóm dan! Kóm!" roept Haarhuis na zijn eerste uitleg in de richting het bos. Even is het stil. "Ze liggen nog te slapen." Dan klinkt geritsel en gekraak. Een voor een springen achttien varkens over een omgevallen boom en komen knorrend aan gedribbeld. Haarhuis begint broden uit zijn kruiwagen te gooien: volkorenbroden, bolletjes, croissants, een enkele kerststol.

"We voeren ze uitsluitend met reststromen; zo is er geen landbouwgrond nodig om varkens te voeden. Dit is van de plaatselijke bakker, die door corona ineens een hoop over had. Anders wordt het weggegooid."

“Op verzoek organiseren we uitbeenderijen, voor mensen die willen leren hoe je zelf een varken uitbeent.”
Josse Haarhuis

Terwijl de varkens hoorbaar hun hart ophalen ("De croissantjes vinden ze het allerlekkerst"), vertelt Haarhuis hoe zijn varkens op twaalf locaties in Nederland 'waarde toevoegen' door bijvoorbeeld overwoekerde stukken grond kaal te vreten en te bemesten, zodat er daarna zonder chemische onkruidverdelgers gewassen op geteeld kunnen worden.

De varkens maken korte metten met woekeraars als bramen en brandnetels en spelen volgens Haarhuis ook een educatieve rol: "Ouders met kleine kinderen komen kijken. En op verzoek organiseren we uitbeenderijen, voor mensen die willen leren hoe je zelf een varken uitbeent."

Varkens moeten hun plek terugkrijgen in de natuurlijke kringloop, vinden de varkenshouders van Buitengewone Varkens (Foto: Annelies Roon)

Taartpunten op Zuylestein

In het Sterrenbos op landgoed Zuylestein in Leersum fokken Haarhuis en Gloudemans sinds twee jaar zelf varkens. "Dit landgoed is particulier bezit. De eigenares wil een nieuw soort boerenbedrijf, als verdienmodel om het terrein mee te onderhouden."

Een deel van het bosrijke terrein is in acht 'taartpunten' opgedeeld, waarvan er steeds drie gebruikt worden door varkens in verschillende levensfases. "Deze biggen zijn nu zes weken oud", zegt Haarhuis en hij stapt over het schrikdraad een van de 'taartpunten' in, waar negen stevige biggen en hun moeder verwachtingsvol naar hem toe komen hobbelen. Hij klopt goedkeurend op de rond zijn enkels trappelende lijfjes. "Kijk eens wat een robuuste biggen. Echte blokjes. Dat willen we."

“Na een maand of tien komt er een einde aan hun idyllische varkensleven. Dat is twee keer langer dan in de industriële veeteelt.”
Josse Haarhuis, varkensherder

In het ritme van het varken

Het voer dat hij naast de voerbak voor de biggen strooit vinden ze veel minder interessant dan dezelfde korrels die hij in de bak van moeder zeug stort. Piepend proberen ze erbij te komen, maar de rand van de bak is te hoog.

"De moeder blijft bij haar biggen tot ze gespeend zijn. Dat gaat vanzelf, na een week of tien", vertelt Haarhuis. Na vier dagen is ze dan alweer vruchtbaar en mag ze naar de beer; die staat aan de andere kant van het landgoed. De draagtijd is drie maanden, drie weken en drie dagen. Drie maanden mag de zeug bij de beer blijven, daarna hebben wij hier een nieuw stuk terrein voor haar klaargemaakt."

Na het spenen blijven de opgroeiende biggen nog een paar weken in hun 'taartpunt'; daarna gaan ze 'over de gracht', zoals ze de percelen verderop in het bos noemen. Na een maand of tien komt er dan uiteindelijk toch een einde aan hun idyllische varkensleven. "Dat is twee keer langer dan in de industriële veeteelt", onderstreept Haarhuis. De slachthuizen in de regio selecteren ze op hun 'diervriendelijkheid': "Dat gaat met elektriciteit; in één klap zijn ze weg."