Scrub, serum, conditioner of crème: veruit de meeste cosmeticaproducten zijn een combinatie van water en aardolie. De bedrijven die tankstations en verfblikken vullen, stoppen hun spullen ook in onze cosmeticapotjes. Niet gek dus dat er zo veel microplastics, die een risico voor mens en milieu vormen, in zitten.

Geen betere reclame dan genoemd worden in een tv-programma, ondervond de Plastic Soup Foundation (PSF) onlangs. Sinds de aflevering van de Keuringsdienst van Waarde over microplastics in cosmetica is de nieuwe Beat the microbead-app van de organisatie bijna 300.000 keer gedownload. Door de barcode van een cosmeticaproduct te scannen, kun je direct zien of er plastic in zit.

“Fabrikanten weten vaak niet eens of een ingrediënt biologisch afbreekbaar is, noch of het zich ophoopt in mens of dier.”
Jeroen Dagevos, Plastic Soup Foundation

De makers van de Keuringsdienst ontdekten wat de actievoeders al lang wisten: cosmetica stikken van de microplastics. Via de afvalwaterzuivering kunnen ze vervolgens in het oppervlaktewater terechtkomen, waar ze bijdragen aan de plasticsoep. En het lijkt er ook steeds meer op dat microplastics in het lichaam kunnen komen, onder meer in de bloedbaan. Daarvan zijn de effecten nog onduidelijk.

Wat is een microplastic?

Toen de PSF acht jaar geleden begon met de strijd tegen microplastics, richtte de foundation zich op kleine maar zichtbare plastic korreltjes. Die werden gebruikt als schuurmiddel in onder andere scrub en tandpasta. Volgens de Nederlandse Cosmeticavereniging (NCV) is inmiddels meer dan 97 procent van deze plastic deeltjes uitgefaseerd.

Toch zitten er volgens de foundation nog steeds allerlei plastics in cosmetica, variërend van siliconen tot nylon en polypropyleen, waar bijvoorbeeld jerrycans van worden gemaakt. Als een cosmeticaproduct een van deze stoffen bevat, geeft de PSF-app een melding volgens een stoplichtsysteem: rood voor overduidelijke plastics, oranje voor stoffen waarover nog onduidelijkheid bestaat. Groene stoffen zijn oké. De organisatie baseert zich voor de indeling op een rapport van het Europese chemicaliënagentschap ECHA.

De cosmetica-industrie wijst er op haar beurt op dat haar bijdrage aan de plasticsoep verwaarloosbaar is. Minder dan 1 procent van de microplastics die wereldwijd in de oceanen komen, zijn volgens de NCV te herleiden zijn tot smeersels in de badkamer. De industrie vindt ook niet dat alle stoffen op de lijst van de Plastic Soup Foundation gelden als plastic, omdat de definitie van microplastic nog niet duidelijk is bepaald.

Eén op de drie gezichtsverzorgingsproducten bevat plastic

Jeroen Dagevos van de Plastic Soup Foundation is het daar niet mee eens. "Wij zijn met verschillende fabrikanten in gesprek en die weten vaak niet eens of een ingrediënt biologisch afbreekbaar is, noch of het zich ophoopt in mens of dier. Die informatie is namelijk op dit moment niet nodig voor de toelating op de markt."

Een database waar je als consument ook terecht kunt om ingrediënten te checken, is Dermabase. Hier worden inmiddels zo'n 4.500 cosmeticaproducten ingedeeld op basis van huidvriendelijkheid. Een derde ervan bevat dimethicone, een silicon dat op de rode lijst van de Plastic Soup Foundation staat. Butyleen, een andere stof op de rode lijst, komt eveneens in één op de drie producten voor. Aardoliederivaat carbomeer zat in ongeveer één of de vijf producten.

Zelfde middel voor een boorplatform en je haarspoeling

Dat zijn geen verrassende uitkomsten als je bedenkt dat de chemische industrie de grootste grondstoffenleverancier van cosmetica is. Vaseline is bijvoorbeeld pure - en gezuiverde - aardolie. Het werd aan het einde van de negentiende eeuw toevallig ontdekt als zalf voor wonden van arbeiders op boortorens.

Zo heeft Shell de afdeling GTL Solvents, die cosmetica-ingrediënten verkoopt aan producenten van halffabricaten. In de brochure staat dat de ingrediënten zijn gemaakt van aardgas. Door hun 'paraffinische' aard zijn ze nagenoeg geurloos. Woordvoerder Tim Kezer benadrukt dat de ingrediënten geen microplastics zijn. Dat klopt ook volgens de critici: de bestanddelen worden niet als 'rood' of 'oranje' aangemerkt.

“Onze afdeling Personal Care had vorig jaar een omzet van 425 miljoen euro.”
André van der Elsen, woordvoerder DSM

Chemiebedrijf Nouryon, inmiddels onderdeel van de Amerikaanse Carlyle Group, was tot 2018 een dochteronderneming van AkzoNobel. Nouryon verkoopt schoonmaakmiddelen voor de olie-industrie én ingrediënten voor shampoo. Het product Ethomeen SV/12 kan worden gebruikt op boorplatforms én in haarspoelingen.

Slangengif tegen rimpels

Ook chemiebedrijf DSM is actief in de cosmeticawereld. "Onze afdeling Personal Care had vorig jaar een omzet van 425 miljoen euro", zegt woordvoerder André van der Elsen. Het bedrijf levert aan alle grote merken, inclusief L'Oréal en Nivea. "Een op de twee cosmeticaproducten bevat vitaminen. De kans dat daar ingrediënten van DSM in zitten, is erg groot. Ook zit DSM in ongeveer zeven van de tien zonbeschermingsproducten."

Meer dan 60 procent van de cosmetica-ingrediënten van DSM heeft volgens Van der Elsen een natuurlijke oorsprong. Daar vallen ook ingrediënten die gemaakt zijn met behulp van biotechnologie onder. "In het gif van de tempeladder hebben we een ingrediënt voor antirimpelcrème gevonden", noemt hij als voorbeeld. "Die grondstof wordt in het biotechlab geproduceerd en verwerkt."

Innovatief of niet, DSM verkoopt ook stoffen die op de rode lijst van de Plastic Soup Foundation staan. Uiteindelijk gaat het erom dat cosmetica-ingrediënten biologisch afbreekbaar zijn en niet jarenlang als minieme deeltjes blijven rondzwerven, vindt Dagevos. "De grote cosmeticamerken hebben op dit moment nauwelijks producten waar géén microplastics in zitten."