Film kijken in een zaal vol zachte stoelen: het kwam op in de vorige eeuw, en hoewel de tv's alleen maar groter worden en er via streamingdiensten telkens meer te zien is, bestaat de bioscoop nog steeds. Maar waar verdienen de zalen hun geld eigenlijk mee, en is dat voldoende om te blijven bestaan?

Het is bijna niet meer voor te stellen, maar er was een tijd dat mensen nog nooit naar bewegend beeld hadden gekeken. Dat was in 1885, voor de eerste openbare filmvertoningen in Berlijn en Parijs. Daarna ging het hard. In 1903 waren de eerste filmvertoningen in Rotterdam en in 1906 opende de eerste bioscoop in Amsterdam.

Vanaf 1910 schoten filmtheaters in Nederland als paddenstoelen uit de grond. In krap 25 jaar steeg het aantal bezoekers van vijftien miljoen naar veertig miljoen per jaar. De piek werd bereikt in 1946, toen maar liefst 85,9 miljoen mensen naar de film gingen. Het kon niet op met het witte doek.

“Mensen gaan niet alleen naar de bioscoop om een film te zien, maar ook om er een avondje uit te zijn.”
David van Marlen, Cherry Pickers

Toch wel, bleek met de komst van televisie: in de jaren zestig halveerden de naoorlogse bezoekersaantallen. En in de jaren tachtig veroorzaakte de opkomst van de video opnieuw een flinke daling in bioscoopbezoek.

Die tweede dip zette echter niet door. Integendeel: sinds de opkomst van Pathé halverwege de jaren negentig werd de bios weer populairder. De afgelopen tien jaar laten zelfs een forse stijging zien. In 2010 gingen er 28,2 miljoen mensen naar de film, in 2019 maar liefst 38 miljoen.

Thuisbioscoop en streamingdiensten als concurrenten

Dat veel mensen met een groot scherm en een goede geluidsinstallatie inmiddels een thuisbioscoop tot hun beschikking hebben, betekent dus niet per definitie dat ze minder vaak naar de 'echte' bios gaan.

Ook de invloed van streamingdiensten als Netflix, Apple TV+ en Disney+ lijkt vooralsnog beperkt. David van Marlen van distributiebedrijf Cherry Pickers denkt dat deze diensten vooral concurreren met tv: "Mensen gaan niet alleen naar de bioscoop om een film te zien, maar ook om er een avondje uit te zijn."

Sectorexpert Casper Scheffer van accountants en advieskantoor PwC signaleert een strijd om de inhoud. "Het onderscheid tussen productie en distributie vervaagt. Netflix produceert eigen series en films en Disney heeft inmiddels een online distributiekanaal. Producenten worden naast leverancier ook concurrenten van de bioscoop."

Bewegende stoelen en Cineville als publiekstrekkers

Vooralsnog vullen Netflix en de bios elkaar dus aan. Uit een rapport van ABN AMRO van vorig jaar blijkt dat mensen die vaak naar online filmdiensten kijken, relatief vaak naar de bioscoop gaan. Dat kan veranderen als films tegelijkertijd in de bios en op Netflix uitkomen. Dan heeft de helft van de onlinekijkers onder de veertig geen voorkeur voor de bioscoop.

Om bezoekers te blijven lokken, hebben bioscopen de afgelopen jaren allerlei foefjes geïnstalleerd die zelfs de beste thuisbioscoop niet kan evenaren. Op bewegende stoelen en met beeld op meerdere schermen zijn vooral actiefilms een bioscoopbezoek waard. In sommige zalen worden zelfs geuren gespoten, al zal niet elke bezoeker daar warm voor lopen.

Een abonnement kan ook helpen om bezoekersaantallen op te krikken. Met de Cineville-pas kun je voor 19 euro per maand onbeperkt naar arthousefilms. Van de abonnementsinkomsten gaat 10 procent naar Cineville, de rest wordt naar bezoekersaantal verdeeld onder de filmtheaters. Tussen 2007 en 2017 is het bezoek aan filmtheaters, mede door Cineville, verdubbeld.

Cola en popcorn leveren het meeste op

De komende jaren moeten bioscopen volgens het ABN-rapport wel blijven investeren om zich te onderscheiden van andere vormen van vermaak. De combinatie met uitgebreidere horecagelegenheden ligt daarbij voor de hand. De kaartverkoop dekt meestal de bedrijfskosten, vooral omdat 40 procent daarvan naar filmdistributeurs gaat. Elke euro extra aan eten en drinken is dan winst.

Door de coronamaatregelen, waarbij er maximaal dertig mensen in een zaal mogen, vreest de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters (NVBF) een omzetdaling van 70 procent in het laatste kwartaal van 2020. Sectorexpert Scheffer verwacht dat de omzet van bioscopen in Nederland tot 2022 mede hierdoor onder het niveau van 2019 blijft.

“Een avondje bios is cultureel erfgoed geworden.”
Casper Scheffer, PwC

Dat is overigens wel gunstiger dan de wereldwijde prognose, omdat de sector er in Nederland relatief goed voor staat. "Er is een kapitaalkrachtig publiek en de afgelopen jaren hebben de records in bezoekersaantallen zich opgestapeld."

Hoewel bioscopen hun onderscheidende vermogen scherper zullen moeten definiëren, verwacht Scheffer niet dat het "veredelde kroegen" zullen worden. "Een avondje bios is cultureel erfgoed geworden."