Sociaal ondernemen zit in de lift. In vijf jaar tijd groeide het aantal bedrijven in Nederland met 80 procent tot circa vijfduizend. Maar gaan financieel en sociaal succes wel samen? En kan een onderneming zich wel permitteren om sociaal te doen tijdens de corona crisis?

Toen de Oegandese Yusuf Basalirwa (28) in 2019 naar Nederland kwam, dacht hij dat hij nooit een baan zou vinden omdat hij de taal nauwelijks sprak. Maar sinds februari 2020 werkt hij bij Fun Forest als instructeur.

"Tot mijn verbazing zeiden ze: "Je bent welkom. We helpen je hier wel met je Nederlands", vertelt Basalirwa. "Nu, een half jaar later, spreek ik de taal vloeiend. Ik ben supertrots dat ik voor een bedrijf werk waar ik de kans krijg om mijzelf te ontwikkelen."

“Voor alle sociaal ondernemers geldt: je werkt eerst harder dan regulier.”
David Balhuizen, directeur Fun Forest

Klimpark Fun Forest, waar jong en oud onder begeleiding via touwen, ladders en bruggen een parcours aflegt door de bomen, is naast een commercieel bedrijf ook een sociale onderneming. Onder persoonlijke begeleiding zijn zo'n vijftig medewerkers met een achterstand tot de arbeidsmarkt verdeeld over de vier vestigingen door het land aan de slag.

Algemeen directeur David Balhuizen (48): "Het gaat om getalenteerde jongeren die in onze samenleving moeilijk een kans krijgen op een baan."

De jongeren hebben bijvoorbeeld autisme of een andere zogenoemde pervasieve ontwikkelingsstoornis, zijn nieuwe Nederlanders die de taal niet nog machtig zijn of hebben een burnout. Maar waarom zou je als commercieel bedrijf kiezen voor deze werknemers, die mogelijk intensievere begeleiding nodig hebben? Snijd jij jezelf dan niet in de vingers?

'Weeffout in de Matrix'

Balhuizen: "Eerlijk gezegd: het is altijd investeren. Voor alle sociaal ondernemers geldt: je werkt eerst harder dan regulier. Waarom je het doet? Er zijn legio redenen. Je ziet onrecht in de maatschappij, een weeffout in de Matrix en die wil je aanspreken."

En dat het een het ander niet uitsluit, blijkt uit de cijfers: Fun Forest draaide afgelopen zomer hun beste seizoen ooit. In de maand juli kwamen er 25.000 bezoekers: een kwart van het totale aantal bezoekers in heel 2019. "Bovendien versterkt het je team. De begeleidende werknemers mogen boeiender werk doen, ze mogen iemand coachen. Ze waarderen het bedrijf omdat het een sociale missie heeft. Dat motiveert enorm", aldus Balhuizen.

“53 werkplekken zetten geen zoden aan de dijk, maar verandering begint met één iemand.”
David Balhuizen, Fun Forest

Zijn mooiste ervaring als sociaal ondernemer had hij met Remco. "Door zijn autisme klapte hij eerst al dicht als ik om een cappuccino vroeg. Maar laatst kwam ik hem tegen terwijl hij als coronahost werkte, waarbij je bezoekers moet aanspreken en ze de weg moet wijzen. Dat is voor reguliere werknemers al uitdagend, laat staan voor hem. Ik was onder de indruk dat hij zo gegroeid is."

Toch ziet Balhuizen de impact nuchter in: "53 werkplekken zetten geen zoden aan de dijk, maar verandering begint met één iemand."

Druk vanuit de maatschappij

Het aantal ondernemers dat met hun bedrijf wil bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke, sociale of milieuproblemen is groeiende. Niels Bosma, universitair hoofddocent sociaal ondernemerschap en medeoprichter van het Social Entrepreneurship Initiative bij Universiteit Utrecht houdt zich de laatste tien jaar vooral bezig met sociaal ondernemerschap, in Nederland en daarbuiten.

"De laatste jaren worden goede stappen genomen om het herkenbaar te maken en het te ondersteunen. Er komt ook meer druk vanuit de maatschappij naar bedrijven om meer maatschappelijk betrokken te zijn. En de huidige generatie ondernemers wil daar ook graag aandacht aan besteden", vertelt Bosma. "Toch is het nog steeds een relatief kleine beweging."

Bosma onderstreept ook het belang van samenwerking van sociale ondernemers met grote, al bestaande reguliere bedrijven, wat ook weer kan leiden tot meer 'sociaal ondernemend gedrag' bij deze grote bedrijven.

Als voorbeeld noemt hij het Utrechtse i-did, dat hun gerecyclede producten nu binnen IKEA verkoopt. "Door samen te werken met zo'n groot bedrijf kunnen zij samen opschalen en meer waarde creëren voor de samenleving, want ook i-did werkt met mensen die lang niet of nooit hebben gewerkt."

Sociaal ondernemen ten tijde van corona

Maar hoe sociale ondernemingen ook mogen floreren: alle bedrijven worden getroffen door de coronacrisis. Dat Fun Forest het de afgelopen tijd goed doet, komt natuurlijk ook door het feit dat het één van de weinige activiteiten is die er in deze periode zijn overgebleven; buiten en 1,5 meter afstand houden is in een bos makkelijker te behappen dan bij menig concurrent.

“Sociaal ondernemers kunnen bij uitstek met innovatieve oplossingen komen voor de problemen die voortkomen uit de coronacrisis.”
Niels Bosma, Universiteit Utrecht

Maar hoe zit het met de andere sociale ondernemende bedrijven in deze periode? Worden zij niet harder getroffen omdat zij naast omzet ook nog een maatschappelijk doel najagen?

De eerste resultaten uit de Social Enterprise Monitor van 2020 laten zien dat voor een op de vijf sociaal ondernemers voortbestaan in gevaar komt. Maar deze monitor concludeert ook dat, waar andere bedrijven nu mogelijk bezuinigen op duurzaamheid, de maatschappelijke doelen bij sociale ondernemingen recht overeind blijven staan.

Bosma: "Sociaal ondernemers kunnen daarnaast ook bij uitstek met innovatieve oplossingen komen voor de maatschappelijke problemen die voortkomen uit de coronacrisis. Ze kunnen zorgen voor nieuw elan met nadruk op duurzaamheid, sociale integratie en economische rechtvaardigheid."