De wereldbevolking groeit, de aarde warmt op en diersoorten sterven uit. Drie vliegen in één klap, zeggen optimistische ondernemers uit Nederland. We kunnen niet doorgaan met het eten van grote hoeveelheden 'gewoon vlees' zeggen ze, wijzend naar duurzaamheidsproblemen. Maar allemaal aan de sojaburger is wat hen betreft ook niet nodig.

De Nederlandse ondernemers denken dat er een alternatief is: kweekvlees. Of kunstvlees, labvlees, in-vitrovlees, of welk woord je eraan wil geven: écht rundvlees, waar toch geen koe voor geslacht is. "Wij spreken meestal van gecultiveerd vlees, dat beschrijft het beste wat het daadwerkelijk is", zegt Daan Luining, technisch directeur van het in Delft gevestigde Meatable.

Stamcellen, bijvoorbeeld van koeien, worden in een laboratorium opgekweekt. Die groeien daar onder kunstmatige omstandigheden uit tot spierweefsel en vet - en vermenigvuldigen tot er een product ontstaat dat eigenlijk in niets verschilt van echt vlees. "Het is hetzelfde proces en het leidt tot hetzelfde product", zegt Luining.

“Meatable heeft een technologie ontwikkeld om de stamcellen uit navelstrengen te halen. Die zijn toch over na de geboorte van kalfjes, zo is de gedachte.”

"Maar dan zonder de industriële veeteelt en bijbehorende landbouw. Die is schadelijk voor de planeet en ook wreed voor de dieren." Meatable heeft hierbij een technologie ontwikkeld om de stamcellen uit navelstrengen te halen, zo is de gedachte. Er hoeft dus echt geen koe voor geslacht te worden.

Tegenover deze kleine ondernemers staat een grote industrie. Luining verwijst naar VN-rapporten die laten zien dat de vleesindustrie momenteel 1 triljoen dollar waard is en in de komende veertig jaar naar verwachting nog driekwart groter zal worden. Ook de druk op natuur en milieu zullen hierdoor fors toenemen.

Zie daar, naast het voorkomen van dierenleed, het grote voordeel van kweekvlees, dat volgens onderzoekers met (ten minste) 90 procent minder land, water en broeikasgassen geproduceerd zou kunnen worden.

Burger uit een lab? Zo wordt kweekvlees gemaakt
109
Burger uit een lab? Zo wordt kweekvlees gemaakt

Nederlandse universiteiten bakermat van kweekvleesonderzoek

Onderzoekers van Harvard produceerden én aten al eens een kleine biefstuk van kikkerkweekvlees, NASA heeft interesse en ook in Silicon Valley en Israël kijken ondernemers naar kweekvlees, net als het grootste pluimveebedrijf van Duitsland.

Maar als het doorbreekt en de supermarkten verovert, zou Nederland weleens in één klap marktleider kunnen zijn. De universiteiten van Amsterdam, Utrecht, Eindhoven en Maastricht zijn deels de bakermat van kweekvleesonderzoek. In 1999 verwierf de Nederlandse onderzoeker Willem van Eelen het eerste patent voor de productie van kweekvlees. En sinds een paar jaar heeft Nederland niet één, maar twee bedrijven die werken aan de eerste producten voor het grote publiek.

“Als we eenmaal opgeschaald en op de markt zijn, mikken we erop om gecultiveerde vleesproducten zo goedkoop of nog goedkoper te laten zijn dan traditionele vleesproducten.”
Beckie Calder-Flynn, Mosa Meat

De ander is Mosa Meat uit Maastricht, opgericht door de Maastrichtse professor Mark Post. Zijn onderzoeksgroep slaagde erin om in 2013 een eerste kweekburger te maken, die in een smaaktest weinig bleek te verschillen van een gewone hamburger.

Die culinaire ervaring had wel een prijskaartje: de eerste burger kostte 250.000 euro. Dat moet in hoog tempo veranderen, zegt woordvoerder Beckie Calder-Flynn van Mosa Meat. "Als we eenmaal opgeschaald en op de markt zijn, mikken we erop om gecultiveerde vleesproducten zo goedkoop of nog goedkoper te laten zijn dan traditionele vleesproducten."

Volgens Calder-Flynn is zo'n lage prijs mogelijk vanwege de veel grotere efficiëntie in de productie en zou dit naast ethische en duurzaamheidsvoordelen een van de voornaamste redenen zijn waarom veel mensen uiteindelijk zouden overstappen naar kweekvlees.

Mosa Meat werd opgericht door de Maastrichtse professor Mark Post. (Foto: Mosa Meat)

Na opschaling en regulering moet kweekvlees snel de markt bereiken

Vorige week maakte Mosa Meat bekend 47 miljoen euro te hebben opgehaald bij investeerders, om daarmee de schaal van het productieproces te vergroten.

Wanneer is het dan zo ver dat Nederlanders een kweekburger kunnen proeven? "Wij streven ernaar om tegen 2023 onze eerste producten op de markt te hebben. Tegen 2025 hopen we dat ze op grote schaal in de winkels verkrijgbaar zijn", zegt Luining van Meatable.

"Wij hopen binnen een paar jaar onze producten op de markt te introduceren", zegt Calder-Flynn van Mosa Meats. "Het hangt ook af van regelgeving; wanneer we mogen dus. De eerste introductie zal waarschijnlijk kleinschalig zijn. Een paar jaar daarna hopen we breed beschikbaar te zijn in supermarkten en restaurants."

Slechts 150 koeien kunnen de (bosrijke) wereld voeden

De smaakervaring is niet waar het om te doen is, beklemtoont Calder-Flynn nogmaals. "De productie van veevoer voor de vleesindustrie is de grootste drijver achter ontbossing. We verliezen daarmee elke dag ruim 30.000 hectare tropische regenwoud, en daarmee sterven 135 plant- en diersoorten uit. Dat zijn 50.000 soorten per jaar."

"Het is de verwachting dat we met kweekvlees 99 procent minder land nodig hebben, wat zelfs zou betekenen dat er land zou kunnen vrijkomen voor herbebossing. Daarnaast kunnen we het lijden voorkomen van miljarden dieren, waarvan het grootste deel wordt gefokt in industriële boerderijcomplexen, onder onmenselijke omstandigheden."

En om aan voldoende stamcellen te komen om de volledige wereldbevolking te voeden met rundvlees, zouden we slechts 150 koeien nodig hebben, voegt ze toe. Dat zijn er momenteel nog anderhalf miljard.