Nooit meer nieuwe grondstoffen delven en het einde van afval: dat is het doel van circulair ondernemen, maar er is een lange weg te gaan. Bedrijven worden nog steeds gestimuleerd om vooral winst na te jagen, en dus is hergebruik bij velen geen prioriteit. Wat zijn de grootste drempels voor ondernemers die het anders willen doen?

Het Nederlandse MUD Jeans maakt spijkerbroeken van biologisch katoen, die nadat je ze hebt afgedragen weer bij het merk kunnen worden ingeleverd als grondstof voor nieuwe broeken. Uiteindelijk moet dit een gesloten cirkel worden, maar dat is het nog niet. Om een stevige denim te kunnen maken, moet nu namelijk nog nieuw katoen worden toegevoegd.

Eerst was daar 80 procent nieuwe grondstof voor nodig, inmiddels is dat 60 procent, vertelt oprichter en CEO Bert van Son. Het merk verkent nu nieuwe manieren om het gebruikte textiel te hergebruiken, waardoor de 100 procent dichterbij komt. "We kijken nu ook naar chemische recycling van spijkerstof, waarbij die tot een soort pulp wordt verwerkt. Op die manier wordt ook Lenzing EcoVero (duurzamere viscose, red.) gemaakt van houtpulp."

“Er moet een gelijk speelveld komen, en daar is de regering voor nodig.”
Bert van Son, MUD Jeans

Steeds opnieuw btw betalen

Jeans maken van 'afval' klinkt ideaal, en zelfs goedkoop. Toch is het dat niet. "Het is duurder en ingewikkelder", aldus Van Son. Er blijken nogal wat haken en ogen aan de circulaire productieketen te zitten, doordat het gebruik van nieuwe materialen nog altijd de norm is.

Voor MUD Jeans betekent het bijvoorbeeld dat er opnieuw belasting moet worden betaald over hetzelfde product. "Als een broek voor 40 procent uit hergebruikt materiaal bestaat, is over dat deel al een keer btw betaald. Dat is niet eerlijk, en dat roep ik al jaren. Het is een rem op de circulaire economie. Er moet een gelijk speelveld komen, en daar is de regering voor nodig."

"We zitten in een systeem dat draait om economische waarde, maar gelukkig zijn er steeds meer bedrijven die zich daarnaast richten op het creëren van sociale en ecologische waarde. Het probleem is alleen dat milieu-impact niet wordt belast, en dat bedrijven die minder aan het milieu denken hierdoor in het voordeel zijn", zegt Inge Oskam, lector circulair ontwerpen en ondernemen aan de Hogeschool van Amsterdam.

Geen prikkel voor recycling

Recyclen is bovendien vaak nog duurder, en de kwaliteit varieert. "Grondstoffen worden niet heel erg belast, waardoor bijvoorbeeld nieuw plastic op basis van olie een stuk goedkoper is dan gerecycled plastic of bioplastic van hernieuwbare grondstoffen. De prikkel om gerecycled materiaal te gebruiken is daardoor nauwelijks aanwezig. Dat klopt natuurlijk ergens niet, en het is echt een handicap voor circulariteit."

Vooral voor bestaande bedrijven is zo'n hogere kostenpost ook een probleem; doorzetten van wat ze al jaren gewend zijn is dan voor de hand liggend. "Die hebben hun geld zitten in bestaande machines", aldus René Kemp, hoogleraar innovatie en duurzame ontwikkeling aan Maastricht University. Hergebruik zou dan ook economisch aantrekkelijker moeten worden gemaakt, stelt hij.

“Zodra afval achter de slagbomen van de gemeentelijke vuilstort verdwijnt, mag het niet zomaar worden hergebruikt.”
Inge Oskam, Hogeschool van Amsterdam

Ook de manier waarop we in Nederland met 'afval' omgaan moet op de schop, zegt Oskam. Regelgeving gooit vaak roet in het eten. "Als mensen grofvuil langs de weg zetten, mag het bijvoorbeeld nog gebruikt worden. Maar zodra het achter de slagbomen van de gemeentelijke vuilstort verdwijnt, krijgt het de status van 'afval' en mag het niet zomaar worden hergebruikt. Hoe we kijken naar materialen is dus heel belemmerend."

Het lastige hieraan is ook dat voor innovatie juist experimenteren nodig is, zegt de lector. Dat wordt tegengehouden door het strakke beleid.

Officieel stempel voor maatschappelijke ondernemingen

Toch wordt er over oplossingen nagedacht. Zo presenteerde staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken en Klimaat) onlangs het plan om bedrijven die aan bepaalde voorwaarden voldoen de status van maatschappelijke onderneming te geven. Ze zouden dan BVm in plaats van BV worden genoemd, wat voor betere herkenning en erkenning moet zorgen.

Ook wordt nagedacht over de beperkingen voor onder meer circulaire ondernemingen, en hoe die weggenomen kunnen worden.

Van Son behoort tot de groep die over de plannen mag meepraten. "Iedereen roept er van alles, het kraakt en het piept. Maar dat gebeurt bij alles wat nieuw is", zegt hij. Wel is hij blij dat er beweging is, hoewel er veel moet veranderen.

Is een nieuwe rechtsvorm de oplossing? "Het is niet dé oplossing, maar het kan zeker helpen", zegt Kemp. Volgens hem is de herkenbaarheid van duurzame bedrijven belangrijk voor de consument. "En het vraagt van ondernemingen een commitment voor langere tijd."