De markten en pleinen in Nederland waar normaliter jaarlijks een kleurrijke kermis vol snoepkramen, attracties en grijpmachines verschijnt, blijven dit jaar leeg. De bijna duizend kermisexploitanten in Nederland zijn ten einde raad. Zij zeggen dat het hen onmogelijk wordt gemaakt om te ondernemen.

Volgens het kabinet is de kermis een grootschalig evenement en daarom mogen de exploitanten in ieder geval tot 1 september geen publiek verwelkomen. De protestactie van vorige week heeft daar vooralsnog geen verandering in gebracht.

Atze J. Lubach Koers is voorzitter van de Nationale Bond van Kermisbedrijfshouders en zegt: "Er is geen wezenlijk onderscheid tussen een attractiepark en een kermis en evengoed mogen zij open en moeten wij gesloten blijven."

De financiële tegemoetkoming biedt volgens de kermisexploitanten geen soelaas. Vooral omdat de grotere ondernemers miljoenen investeren in nieuwe attracties. Frank Ockers uit Wijchen is met zeven attracties naar eigen zeggen een doorsnee kermisexploitant. "Alleen voor het gas, water en licht van de opslag betaal ik al 1.500 euro per maand, wat moet ik dan met een eenmalige uitkering van 4.000 euro? Misschien dat het voor een enkele kermishouder een druppel op de gloeiende plaat is, maar wat mij betreft is het absurd."

Geldproblemen drukken zwaar op de psychische gezondheid

De crisis kon voor de kermishouders niet op een slechter moment komen: in de eerste drie maanden van het jaar gaan de kermisterreinen in Europa traditiegetrouw op slot en gebruiken de ondernemers hun tijd om onderhoud te plegen en te investeren. Koers: "Er is geen ondernemer die het volhoudt om vijftien maanden zonder inkomen te zitten terwijl alle kosten gewoon doorlopen."

“We vragen om een perspectief, een stip aan de horizon. Als dat niet kan, zal er een noodfonds moeten komen.”
Atze J. Lubach Koers, voorzitter Nationale Bond van Kermisbedrijfshouders

Maar hoe hoog de financiële nood ook is, dat is nog lang niet alles. Dirk de Vries (vier attracties) uit Venlo vertelt: "Ik vind het psychisch zwaar. Met mijn volle verstand heb ik gekozen voor dit leven waarin privé niet meer bestaat omdat alles altijd doorgaat en nu is dat allemaal weg. Ik ben er nu bezig om mijn studie werktuigbouwkunde af te ronden, maar die is straks ook klaar."

Koers: "Wat we vragen is een perspectief, een stip aan de horizon en als dat niet kan, zal er echt een noodfonds moeten komen waarmee de ondernemers de ergste klappen op kunnen vangen." Het ministerie van Economische Zaken erkent dat de ondernemers "lang en hard getroffen worden" en laat via een woordvoerder weten "nog volop met de evenementensector in gesprek te zijn."

De Maliebaankermis in Utrecht vorig jaar. (Foto: NU.nl/Chris Heijmans)

Zesde generatie kermisondernemer

Volgens Koers is het lastig om de onzekerheid en wanhoop bij de ondernemers te illustreren met harde cijfers. "Iedere ondernemer heeft zijn eigen bijzondere situatie, maar ik weet dat bij veel ondernemers het water tot aan de lippen staat."

"We hebben altijd een gezond bedrijf gehad", zegt Ockers, die stelt dat hij als derde generatie een relatief jonge kermisonderneming leidt. "Er zijn er zat die er al voor de zesde generatie in zitten. Als ik de minister dan hoor zeggen dat we misschien maar aan omscholing moeten denken, dan denk ik terug aan mijn opa en vraag ik me af of de wereld gek is geworden."