De kledingbranche kent een tweedeling waarbij winkels met een aansprekende locatie of aantrekkelijke website de omzet snel zien groeien, terwijl de rest het lastiger heeft. Dat concluderen ABN AMRO en Locatus in een dinsdag verschenen onderzoek waarvoor omzetgegevens met data over locaties werden gecombineerd.

De branche weet maar beperkt te profiteren van de economische voorspoed. Zo nam de gecombineerde omzet van de winkel- en online verkopen in 2018 maar met 2 procent toe.

De tweedeling in de sector is groot, melden de onderzoekers. Zo groeide een op de vijf kledingwinkels vorig jaar met meer dan 10 procent, terwijl meer dan de helft van de winkels de omzet juist zag dalen. Bij maar liefst een kwart van de winkeliers was de omzetdaling zelfs groter dan 10 procent.

Kleine marges in de kledingbranche

Een omzetdaling betekent voor kledingretailers vrijwel meteen een flinke winstdaling, omdat de marges in de branche erg klein zijn.

Zo zijn de bedrijfsresultaatmarges voor modezaken voor losse doelgroepen zoals mannen, vrouwen of kinderen gemiddeld 3 tot 4 procent, terwijl die van lingeriewinkels maar 2 procent bedragen. Voor winkels met een gemengde doelgroep is de marge gemiddeld zelfs negatief.

De prognose van ABN AMRO voor de branche is dat de gemiddelde groei dit jaar stilvalt. Dit baseren de onderzoekers op de tegenvallende omzet, waarbij meer dan de helft van de ondernemers in het eerste kwartaal een daling zagen.

De onderzoekers verwachten dat de tweedeling tussen succesvolle en minder succesvolle ondernemers dit jaar en in 2020 groter wordt.

Kwaliteit blijft belangrijk, maar er is meer nodig

De sterke verschillen hangen voor een belangrijk deel samen met zichtbaarheid, zowel in de winkelstraat als op internet. Kwaliteit en service blijven doorslaggevend voor succes, maar volgens de onderzoekers is er meer nodig om omzetgroei te realiseren.

In Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bleek afgelopen jaar dat een drukke en zichtbare locatie erg goed is voor de omzetgroei. Kledingwinkels realiseerden hier 7 procent omzetgroei. Als deze steden niet worden meegeteld, dan nam de omzetgroei in de Randstadprovincies af.

Overigens is niet alleen in de Randstad omzetgroei te behalen: in het noorden realiseerden winkeliers 3 procent groei. In zuidelijke provincies gaat het moeilijker en nam de omzet met 7 procent af. Mogelijk komt dit doordat er in het zuiden flink meer winkels zijn.

Invloed van A-locaties op omzet

Ook binnen een regio zijn er variaties in locaties, die het verschil kunnen maken tussen groei, stilstand of krimp. Zo blijken consumenten veel meer oog te hebben voor winkels op A-locaties, waar tussen de 75 en 100 procent van de winkelende mensen voorbijkomen.

In 2018 werd maar liefst 44 procent van alle 'offline' omzet behaald door winkels op dergelijke locaties, terwijl maar 21 procent van de winkels op zo'n plek is gevestigd. Dit betekent dat de omzet van een winkel door een A-locatie gemiddeld wordt verdrievoudigd. De omzet per vierkante meter is zelfs ruim vier keer zo hoog.

De online omzet groeide ook sterk en was zelfs de oorzaak van de algehele groei van de branche. Als deze omzet niet wordt meegeteld, dan zou er een krimp van 5 procent zijn geweest in plaats van de 2 procent groei.

Winkels die minder dan 10 procent van de omzet uit online verkopen halen, zagen hun omzet in 2018 gemiddeld met 5 procent dalen. De gehele kledingbranche behaalt 15 procent van de omzet uit webverkopen. Volgens ABN AMRO wordt dat aandeel in 2019 en 2020 alleen maar groter.