Nike moet een boete van 12,5 miljoen euro betalen, oordeelde de Europese Commissie maandag. Het Amerikaanse kledingmerk verbood tussen 2004 en 2017 licentiehouders om voetbalmerchandise in het buitenland of online te verkopen, terwijl dit soort blokkades illegaal zijn.

Nike dreigde verkopers met het beëindigen van contracten als ze buiten hun territorium zouden verkopen. Het ging hierbij om merchandise van bekende clubs zoals FC Barcelona, Manchester United, Juventus en Inter Milan, waarvan Nike de exclusieve rechten in handen heeft.

Volgens EU-commissaris Margrethe Vestager werd voetbalfans door het sportmerk de kans ontnomen om merchandise zoals mokken, tassen, beddengoed en speelgoed te kopen van hun favoriete clubs. Het beleid van Nike zou tot "minder keus en hogere prijzen voor consumenten" hebben geleid.

De Europese Unie begon in 2017 met het onderzoek naar de kledingmaker. Omdat Nike vanaf het begin meewerkte aan het onderzoek, krijgt het bedrijf een korting van 40 procent op de boete.

De EU wil onlinehandel en de economie stimuleren, en onderzoekt daarom de gehele sector om te kijken of bedrijven zich aan de mededingingsregels houden.