De uitwerking van de nieuwe zzp-wet heeft minstens een jaar vertraging opgelopen, omdat de Europese Commissie mogelijk niet achter de invulling staat. De nieuwe wet zal pas vanaf 2021 in werking treden, schrijft minister van Sociale Zaken Wouter Koolmees maandag aan de Kamer.

Een pijnpunt uit de nieuwe wet, die schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden moet voorkomen, is de bescherming van zelfstandige ondernemers met lage tarieven. Het kabinet heeft hier de afgelopen periode over gesproken met de Europese Commissie.

Het gaat om de bescherming van schijnzelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. In de praktijk lijkt het alsof de werkgevers deze zelfstandigen in dienst hebben. Maar door ze als zelfstandige ondernemers in te huren, hoeven de werkgevers geen belastingen en premies af te dragen. Daardoor zijn deze krachten goedkoop voor de werkgever. 

Het kabinet wil dat deze zzp'ers, mits ze al drie maanden op deze manier werkzaamheden verrichten, een vast contract krijgen. Bij 15 tot 18 euro is er sprake van een laag uurloon. Daarom kan deze maatregel ook worden gezien als de invoering van een minimumtarief voor zzp'ers.

Mogelijk schending EU-recht

Koolmees constateert naar aanleiding van de gesprekken met de Europese Commissie dat deze maatregelen mogelijk in strijd zijn met EU-recht. Hoe de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting van zelfstandigen met een laag inkomen onder de nieuwe wet zijn geregeld, zou niet stroken met de Europese wetgeving.

De minister schrijft te werken aan alternatieven. Hij denkt dat deze alternatieven wel worden goedgekeurd door de Europese Commissie. Voor de zomer van 2019 zal er een toelichting komen op deze nieuwe plannen.