Winkelketen H&M zou in de afgelopen vijf jaar onvoldoende hebben gedaan om arbeidsomstandigheden te verbeteren en lonen te verhogen, zoals het bedrijf had beloofd. Dat stelt de internationale organisatie Schone Kleren Campagne op basis van onderzoek onder werknemers in Bulgarije, Turkije, India en Cambodja.

Volgens het rapport leven veel werknemers onder de armoedegrens en maken ze te veel uren. Die combinatie leidt volgens de Schone Kleren Campagne tot ondervoeding, oververmoeidheid en flauwvallen op de werkvloer.

"De lonen liggen zo laag dat we overuren moeten maken om in onze basisbehoeften te voorzien", zegt één van de geïnterviewde werknemers uit India. De lonen die de winkelketen in India betaalt, bedragen volgens het onderzoek slechts 35 procent van wat in dat land geldt als een leefbaar loon.

In Bulgarije en Turkije ligt het salaris in verhouding nog lager. H&M-arbeiders verdienen daar respectievelijk 9 en 29 procent van het Europese minimum, ver onder de armoedegrens. Geen van de Bulgaarse respondenten verdient het wettelijk minimumloon.

Het 'goede voorbeeld' laat op zich wachten

In 2013 beloofde de modeketen nog toe te werken naar een leefbaar inkomen voor zo'n 850.000 textielarbeiders van het bedrijf. Het concern streeft ernaar dit doel eind 2018 te bereiken.

"We geloven dat de loonontwikkeling achterblijft in sommige landen. We gaan dus actie ondernemen en hopen hiermee de rest van de industrie aan te sporen om ons voorbeeld te volgen", stelde H&M toen in een verklaring.