Ruim 30.000 Nederlandse banen zijn in twee jaar tijd naar het buitenland verplaatst. Zo'n 6 procent van de bedrijven met minstens vijftig werknemers bracht de taken in met name EU-lidstaten onder, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag op basis van nieuwe cijfers.

De maakindustrie is het grootste aantal Nederlandse banen verloren. Het ging om bijna achttienduizend arbeidsplaatsen. Van administratieve functies en managementfuncties zijn in de genoemde periode 6.700 in het buitenland ondergebracht.

De banen zijn veelal verplaatst naar andere Europese lidstaten (70 procent). Bij ongeveer een op de vijf bedrijven die hun activiteiten naar het buitenland verplaatsten, was het moederbedrijf buitenlands. Nederlandse bedrijven kiezen minder vaak voor een internationale uitwisseling van taken (3 procent).

Door banen internationaal uit te besteden, kunnen bedrijven besparen op hun loonkosten en dat wordt door bedrijven als belangrijkste reden genoemd.