Een energie-opwekkende dansvloer, een datalogger voor bij het oogsten en een duurzaam, innovatief vissersschip. Slechts een paar van de ideeën van de ruim 21.265 Nederlandse bedrijven die vorig jaar gebruikmaakten van de innovatie- en onderzoeksregeling Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO).

Daarmee behaalden deze ondernemers een voordeel van in totaal 1,2 miljard euro, zo maakte het ministerie van Economische Zaken eerder deze week bekend. Twee van deze bedrijven zijn windturbineproducent Lagerwey en ingenieursbureau NETICS. Hoe zijn zij tot hun uitvinding gekomen?

Het Barneveldse bedrijf Lagerwey bedacht een zelfklimmende hijskraan voor windmolens. Doordat de masten van windturbines steeds hoger worden, moeten ook de hijskranen die ze in elkaar zetten steeds hoger worden. Lagerwey zag hiervoor een oplossing in een hijskraan die vastzit aan de mast en met de opbouw mee klimt.

"Doordat de turbines steeds hoger en groter en zwaarder worden, moest ook de stabiliteit van de kraan steeds groter worden", zegt CEO Huib Morelisse van Lagerwey. "Als je hem vastplakt aan de mast, kun je de stabiliteit van de constructie zelf gebruiken."

"Het idee komt eigenlijk bij onze oprichter Henk Lagerwey vandaan, die heeft veel baanbrekende ideeën", aldus Morelisse. "Vroeger waren er tachtig vrachtwagens nodig om een hijskraan aan te voeren, nu nog maar drie. Het scheelt heel veel uitstoot. En het levert een flinke kostenreductie op."

Lastige plekken

De hijskraan van Lagerwey, die net getest is bij de opbouw van twee prototypes in de Eemshaven, neemt relatief weinig ruimte in beslag. Hierdoor kunnen er ook op lastige plekken windmolens gebouwd worden, zoals op dijken.

"We denken nu over twee dingen na: of de kraan ook door andere bedrijven kan worden gebruikt en of hij ook ingezet kan worden voor wind op zee", vertelt Morelisse. "En de kraan die we nu hebben, willen we breder gaan inzetten. We willen bovendien een grotere kraan ontwikkelen op basis van dezelfde technologie."

Lagerwey werkt ondertussen aan andere innovaties. "We hebben nog iets in ontwikkeling, maar dat is nog geheim", zegt Morelisse. "Maar ook het volgende idee levert net als de kraan een kostenreductie op van 50 procent."

Onder hoge druk

Ingenieursbureau NETICS bouwt met bagger. Dat doet het bedrijf uit Alblasserdam door het water onder hoge druk uit het baggerslib te persen. Met de specie die hiermee ontstaat, kunnen dijken en oevers verstevigd worden.

Ook de bouw van woningen behoort tot de mogelijkheden. Momenteel werkt NETICS met behulp van de innovatiesubsidie aan het ontwikkelen van een mobiele baggerfabriek, die overal ter wereld inzetbaar is.

Volgens ondernemersduo Eldert Besseling en Hugo Ekkelenkamp kun je kostenneutraal werken door bagger te gebruiken.

"Enerzijds is er een enorme vraag naar grondstoffen, anderzijds zijn er heel veel mensen die aan rivieren wonen en daar ligt de grondstof letterlijk aan je voeten", zegt Besseling. "Maar vaak is er een gebrek aan kennis."

"We gebruiken de Nederlandse reputatie op dit gebied en scoren in alle landen waar we komen met onze techniek", vult Ekkelenkamp aan.

NETICS is momenteel actief in veertien landen, waaronder India, China, Engeland, Canada en Oezbekistan. Meer dan 60 procent van de wereldbevolking woont in delta's. 

Nieuwe oevers

"In Engeland bijvoorbeeld waren we betrokken bij een project in een natuurgebied rond een groot meer. Daar hebben we de 55.000 kuub aan baggerspecie uit het meer gebruikt om nieuwe oevers te maken. Dat hoef je dus ook niet af te voeren", zegt Besseling.

Daarnaast heeft het bedrijf nu een patent op het produceren van bouwblokken uit bagger. "Die maken we door ze op een bepaalde manier te persen. Ze bestaan voor 95 procent uit bagger. Dat bouwblok willen we doorontwikkelen, zodat we straks met lokale bouwblokken bijvoorbeeld huizen kunnen bouwen in India", aldus Besseling.

"We willen uiteindelijk een soort 3d-printer die bagger gebruikt. De technologie is er in de basis, maar we moeten deze verder ontwikkelen. Met welke kracht moet je persen bijvoorbeeld? We zitten een groot deel van de tijd in ons lab. Opschalen is een toekomstbeeld", zegt Ekkelenkamp. "Dat is nodig om het voordeliger te maken."