Achtergrond

'Bijklussen is voor boeren bittere noodzaak en buitenkans'

Een bed and breakfast met maïsdoolhof, wijnverkoop of exotisch klinkende activiteiten als geitenyoga en koeiensurvival. Bijklussen als boer beperkt zich al lang niet meer tot de geijkte plattelandswinkel in de stal. Bedrijven moeten vaak wel. Maar voor wie de stap waagt, gaat vaak ook een heel nieuwe wereld open.

Henk Oostindie, die namens de Universiteit Wageningen onderzoek naar dit onderwerp heeft gedaan, zegt dat momenteel grofweg een derde van de landbouwbedrijven zich nog puur bezighoudt met voedselproductie.

Een derde heeft zich overgegeven aan wat hij noemt de multifunctionele landbouw en doet er van alles bij. Bij een ongeveer even grote groep heeft de eigenaar of diens partner er een baan buiten het bedrijf bij.

Het aantal nevenactiviteiten blijft toenemen. ''Boeren hebben steeds beter door dat in het produceren van voedsel voor een wereldmarkt niet zo veel perspectief zit. Ze kiezen daarom voor activiteiten die meer op de regionale markt gericht zijn'', zegt Oostindie.

Winkel

De vermoedelijk oudste nevenactiviteit voor boeren is de rechtstreekse verkoop van producten die van het land komen. Dit doen ze in een winkel bij het bedrijf, op de markt of bij mensen thuis.

Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) valt op te maken dat dit een stabiele bezigheid is. In 2016 gingen ruim 2.600 van de ruim 55.000 agrarische bedrijven in Nederland met hun producten rechtstreeks naar de consument.

Dat waren er in 1998 nog meer dan vierduizend, maar toen waren er ook bijna twee keer zo veel boerenbedrijven in Nederland.

Natuurbeheer

Een andere klassieke bijverdienste is landschapsbeheer. Boeren krijgen dan subsidie of compensatie voor gederfde inkomsten om bijvoorbeeld de weidevogelstand op peil te houden of de waterkant van sloten te verzorgen. Ruim vijfduizend bedrijven halen daar extra inkomsten uit.

Die zijn wel sterk afhankelijk van overheidsbeleid, zegt onderzoeker Oostindie. ''In tijden van crisis is er voor dit soort regelingen minder geld. Bovendien is de verantwoordelijkheid voor het budget van het Rijk overgeheveld naar de provincies.''

Agrotoerisme

Dit zijn nog activiteiten die veel te maken hebben met de dagelijkse boerenpraktijk. De afgelopen decennia kwam daar het zogenoemde agrotoerisme bij met het kamperen bij de boer en de vele plattelandshotels bij boerderijen.

Corine van Mill van de Stichting Vrije Recreatie (SVR) zegt dat er nog steeds rek zit in die markt, hoewel aanbieders zich wel in allerlei creatieve bochten moeten wringen om zich van de concurrentie te onderscheiden. ''Je kunt bijvoorbeeld wandel- en fietsroutes in de omgeving aanbieden of activiteiten zoals boerengolf. Ook bijzondere manieren van slapen komen vaker voor: in een hooiberg bijvoorbeeld of een wijnvat.''

Waar ook veel bedrijven het in zoeken, is het toevoegen van een hobby aan het aanbod. ''Ik ken bijvoorbeeld een bed and breakfast in Limburg waar je kunt leren beeldhouwen als je er overnacht.''

Geitenyoga

De omgeving van een boerderij is natuurlijk ook een ideaal speelterrein voor jong en oud. Een doolhof in het maïsveld, ponyrijden, tractorraces door de blubber: de mogelijkheden zijn eindeloos.

Andere aanbieders springen in op de trend richting mentale en fysieke gezondheid. Bij een boerderij in Noord-Brabant kun je aan koeiensurvival doen, een klautertocht over allerlei hindernissen midden in de wei. Andere boerderijen bieden geitenyoga aan, oftewel mediteren en een tijdje rustgevend knuffelen met de dieren.

Kinderopvang

Een betrekkelijk nieuwe bijverdienste voor boeren is kinderopvang. In 2016 hadden zo'n honderdveertig boerderijen een crèche op het erf. Nog eens een kleine zevenhonderd bedrijven doen iets met educatie. Ze geven op de boerderij les over het landleven of gaan daarvoor naar scholen.

Ondernemers die hier aan beginnen, doen dat meestal uit idealisme, zegt Margit Borst van de Vereniging Agrarische Kinderopvang (VAK). ''Ze merken aan hun eigen kinderen dat die het heel erg naar hun zin hebben gehad toen ze opgroeiden op een boerderij en willen dat ook voor andere kinderen.''

Volgens Borst gaat het vaak uit van de boerin die graag iets met kinderen wil doen. ''Of van de jongere generatie. Dan hebben de dochters van de boer een pedagogische opleiding gevolgd en kunnen ze die vaardigheden mooi kwijt.''

Verdienen

Peter Gillen uit het Zuid-Hollandse Bergschenhoek richt zich meer en meer op wat hij de randen van het agrarisch bedrijf noemt. In zijn geval heeft dat ook met de ligging van zijn boerderij te maken, onder de rook van Rotterdam.

''We zitten ingeklemd in de Randstad, ik sta in dertien minuten bovenop de Van Brienenoordbrug. Puur als boer is hier niet gek veel te verdienen.''

Gillen verhuurt zalen en baat horecafaciliteiten uit, maar de beslissing van enkele jaren geleden om de kinderopvang in te stappen, noemt hij een van de beste die hij ooit met zijn bedrijf gemaakt heeft. ''Inmiddels zitten we op 58 dagopvangplaatsen en nog veertig plaatsen voor de buitenschoolse opvang.''

Omzet

Gillen haalt nog ongeveer 12 procent van zijn omzet puur uit het landbouwbedrijf, de rest komt uit alle nevenactiviteiten. Hij is daarmee nog wel een uitzondering in Nederland. Volgens de CBS-gegevens van 2016 leunt maar een op de tien multifunctionele bedrijven voor de omzet meer op nevenactiviteiten dan op het boeren zelf.

Dat de verhouding bij hem andersom is, wil niet zeggen dat Gillen zich geen boer meer voelt: ''Absoluut nog wel, we hebben hier ook nog honderd koeien en daarmee zijn we een behoorlijk groot bedrijf. Maar landbouw levert nu eenmaal weinig op, dus moet je de groei uit andere dingen halen.''

Hindernissen

Bij het multifunctioneel maken van een landbouwonderneming komt veel kijken, waarschuwt Taco IJzerman die namens de organisatie Land & Co boeren begeleidt bij de omschakeling: ''Het zijn geen dingen die je er op een vrijdagmiddag even bij doet. Bedrijven die er succesvol in zijn, waren voor die tijd ook al op consumenten gericht en trekken dat dan breder.''

Boer Gillen wijst er daarnaast op dat je anders moet gaan kijken naar je onderneming, namelijk door de ogen van de buitenstaander die je op je erf toelaat.

''Je bedrijf ligt opeens onder een vergrootglas en ze zien alles wat je doet. Als je een zieke koe hebt rondlopen, kunnen mensen daar best van schrikken. Je moet precies uit durven leggen wat er aan de hand is. Als dat niet in je zit, moet je er niet aan beginnen.''

Lees meer over:

NUlokaal adverteren

NUwerk

Tip de redactie