Reynier van Bommel (Van Bommel): 'We focussen op uitbreiding in Duitsland'

Schoenenmaker Van Bommel gaat focussen op Duitsland nu de markt in Nederland verzadigd is. Het concern wil elk jaar zo'n twee winkels openen bij onze oosterburen. 

Dit vertelt Reynier Van Bommel, algemeen directeur bij het Brabantse bedrijf, in gesprek met NUzakelijk. Het concern, dat bijna tweehonderd werknemers telt, verwacht dit jaar net geen 600.000 paar schoenen af te zetten. In 1999 stond de verkoop nog op 200.000 paar schoenen.

Duitsland is een belangrijke schakel om nog verder te kunnen groeien. Het bedrijf, voluit Schoenfabriek Wed. J.P. van Bommel geheten, heeft nu al vier winkels in het land. 

Waarom specifiek in Duitsland en niet in Nederland? "Dat is heel eenvoudig. Als wij de kaart van verkooppunten in Nederland bekijken en we kijken naar hoeveel paar schoenen we verkopen, dan zijn er geen witte of zwarte vlekken meer. Er is geen plek in Nederland waar we nu nog niet genoeg verkopen."

"Neem bijvoorbeeld de stad Rotterdam. Een harstikke mooie plek om een winkel te openen, maar daar verkopen wij al meer dan genoeg schoenen. Op het moment dat wij daar zelf een winkel gaan openen, dan gaan onze klanten simpelweg minder schoenen verkopen."

Uitverkoop

"Duitsland is voor ons strategisch." Volgens de ondernemer is de pr-waarde van een eigen winkel in Duitsland dan ook erg groot. "We hebben winkels in Düsseldorf, Keulen, Hamburg en Neurenberg. We ziet dat onze 'business-to-businessklanten' daar meer schoenen verkopen. Door de aanwezigheid van een eigen winkel en de publiciteit die dat geeft, ga je in een straal om de winkel heen meer schoenen verkopen."

In Nederland werkt dat trucje niet. Volgens Van Bommel is de concurrentie nu al te groot in de winkelstraten. "Wij weten dat als wij in Nederland 10.000 paar schoenen meer gaan verkopen, er waarschijnlijk 9.500 paar in de uitverkoop belanden."

"Op korte termijn kan ik dan hier de polonaise gaan doen, want ik krijg mijn kostprijs of inkoopprijs binnen. Maar uiteindelijk is het op de lange termijn bijzonder nadelig. Het is essentieel voor het overleven van een merk dat iedereen in de keten zijn boterham kan verdienen."

Beste jaar

Van Bommel vertelt verder dat 2017 het beste jaar in bijna negen generaties wordt gedraaid. "We hebben er nog nooit zo goed voorgestaan." Elk onderdeel van het bedrijf draait goed, zegt hij. Sinds de Tweede Wereldoorlog worden er zwarte cijfers geboekt.

Het bedrijf heeft een schoenenfabriek in Moergestel die 125.000 paar schoenen per jaar produceert. Verder is er een groothandel en zijn er winkels in Nederland, België en Duitsland. 

De laatste jaren werd de schoenensector geteisterd door een golf van faillissementen. Zo ging Macintosh, toen eigenaar van onder meer Scapino, Dolcis, Invito en Manfield, in 2015 kopje onder. In hetzelfde jaar werd voor de tweede keer in korte tijd faillissement aangevraagd voor Schoenenreus.

Van Bommel verwacht dat er nog meer faillissementen of sluitingen zullen plaatsvinden in de sector. "Er mag nog 10 tot 15 procent uit." Hij denkt dat bijvoorbeeld oudere ondernemers zullen stoppen. Verder verwacht hij ook dat doorgestarte ketens en nieuwkomers het moeilijk zullen krijgen.

Alchemie

Reynier staat samen met zijn broers Floris (creatief directeur) en Pepijn (commercieel directeur) aan het roer van het familiebedrijf. De verdeling die de broers kunnen maken, noemt Reynier een "soort magische mix". "Dat is waar alchemisten vroeger naar op zoek waren om van lood goud te maken."

"Op die manier kunnen wij met een familiebedrijf van iets meer dan 50 miljoen omzet met z'n drieën alles nog in de gaten houden. Dat is heel mooi, maar tegelijk ook een beetje tricky omdat het niet mogelijk is om te groeien naar bijvoorbeeld 100 miljoen euro."

Volgens Van Bommel zorgt het familiebedrijf ook voor een andere werkwijze. Zo doet het bedrijf graag zaken met personen en ondernemingen waar ze ook een relatie mee hebben opgebouwd. Bij grotere multinationals of beursgenoteerde ondernemingen wordt dat wel eens moeilijk.

"Wij hebben wat meer moeite om goede zaken te doen met bedrijven die de boel anders organiseren."Bij sommige ondernemingen mogen inkopers bijvoorbeeld niet langer dan twee jaar met een klant werken. Dan krijgt hij namelijk een relatie met de leveranciers en is het allemaal niet meer objectief. Daar varen wij minder wel bij dan bij een afnemer waar we wel een relatie mee hebben."

In de serie Hollandse Merken spreekt NUzakelijk met de ondernemers achter opkomende en gevestigde Nederlandse merken.

Lees andere interviews uit de rubriek

Lees meer over:

Lokaal adverteren op NU.nl

Tip de redactie