Nederlandse ondernemingen investeren weer meer in onderzoek en ontwikkeling. In 2017 bedroegen de R&D-investeringen 4,3 procent van de omzet.

Dit is het hoogste niveau sinds 2012, zo blijkt woensdag uit cijfers van de Erasmus Universiteit. Investeringen in ICT stegen naar 4,8 procent van de omzet. Dit is het hoogste cijfer sinds 2009.

Vorig jaar werd in ICT en R&D respectievelijk 2 procent en 2,1 procent van de omzet geïnvesteerd.

Volgens de universiteit zijn deze takken van sport belangrijke indicatoren van technologische innovatie. "Gunstige economische omstandigheden en vooruitzichten vergroten de bereidheid van organisaties om te investeren in innovatie. De noodzaak daartoe is ook relatief groot in tal van sectoren", legt hoogleraar innovatie Henk Volberda uit in een persbericht.

"De opkomst van nieuwe technologieën die de basis vormen van de vierde industriële revolutie (kunstmatige intelligentie, robotisering, internet of things, cloud computing en 3d-printen) vergroten de bereidheid van bedrijven om weer meer te investeren in innovatie. In dergelijke omstandigheden is innovatie van cruciaal belang voor het overleven of floreren van organisaties."

Maar volgens de hoogleraar vergeten ondernemingen ook te investeren in de menselijke kant van innovatie. "Nieuwe verdienmodellen en nieuwe producten en diensten vragen ook om plattere organisatievormen, vernieuwend leiderschap, nieuwe vaardigheden van medewerkers en slimmere manieren van samenwerken."

Zo gaan bedrijven dit jaar juist 2,8 procent minder uitgeven aan sociale innovatie. Volberda haalt een Eindhovens ontwerpbureau aan als voorbeeld waar het wel goed gaat. Daar zitten medewerkers in multidisciplinaire teams om innovatieve oplossingen te bedenken. Ze mogen fouten maken, zolang er maar van geleerd wordt.