Kristel Groenenboom (1986) nam als 23-jarige de leiding bij een miljoenenbedrijf in containers over van haar vader. In haar boek Mag ik meneer Kristel even spreken? vertelt ze over haar ervaringen en helpt ze andere jonge ondernemers de voornaamste hindernissen te overwinnen.

Eind 2009 hield vader Cees het voor gezien bij het door hem ooit als eenmanszaak opgerichte Container Service C. Groenenboom. Het bedrijf, dat containers verkoopt en verhuurt, was toen al uitgegroeid tot een miljoenenconcern met tientallen werknemers.

Dochter Kristel werd directeur. Ze merkte al snel dat de nodige vooroordelen en wantrouwen om de hoek komen kijken als je al zo jong de touwtjes in handen krijgt. Over haar ervaringen als jonge vrouw aan het hoofd van een concern in een typische mannenbranche schrijft ze columns voor Management Team. En nu is er ook een boek.

Bizarre situaties

Haar jonge leeftijd heeft haar soms in bizarre situaties gebracht, vertelt Groenenboom. ''Ik had mij eens opgegeven voor een bijeenkomst van Jong Management en toen werd ik gebeld dat ik te jong was. Te jong voor Jong Management, juist voor zo'n club, niet te geloven.''

En bij klanten maakt ze het ook vaak genoeg mee. ''Dan zijn ze net binnen en dan beginnen ze te zeuren over een jonger iemand die boven ze werkt. Zo kijken mensen er vaak tegenaan: dat jonge ventje zal wel van niets weten.''

Wetenschappelijk gestaafd

Groenenboom put niet alleen uit haar eigen ervaringen, maar ook uit die van andere ondernemers die ze heeft gesproken en uit wetenschappelijk onderzoek.

''Ik heb onder meer gekeken naar onderzoeken op de universiteit van Leuven, die van Amsterdam en Nyenrode. Daaruit komt naar voren dat jongeren inhoudelijk prima leiding kunnen geven aan een bedrijf, maar het toch vaak moeilijk hebben. Ouderen voelen zich vaak door hen bedreigd. Dat hoor ik ook in mijn ontmoetingen met anderen.''

De titel Mag ik meneer Kristel even spreken? kan lezers een beetje op het verkeerde been zetten. Haar boek is vooral geschreven vanuit de insteek van jonge ondernemers, niet per se alleen die van vrouwen, benadrukt de auteur.

Als vrouw krijg je nog wel extra zaken voor je kiezen, maar de meeste vooroordelen zijn voor beide seksen in zwang, is haar ervaring. ''Werk je met je handen in plaats van achter een bureau, dan vinden mensen je dom. Ben je advocaat, dan zal je wel arrogant zijn. Dat zijn dingen die niets te maken hebben met man of vrouw zijn.''

De maat nemen

Volgens Groenenboom zijn het vaak ondernemers zelf die elkaar de maat nemen. De grootte van het bedrijf is een andere dankbare maatstaf die daarbij vaak wordt aangewend.

''Als je een mkb-bedrijf hebt met minder dan honderd werknemers, dan heb je in de ogen van anderen een gebrek aan ambitie. Maar je hoeft geen rij extra loodsen erbij te plaatsen om succesvol te zijn. Kijk maar naar handelsmissies in het buitenland, daar gaan niet voor niets ook altijd kleine bedrijven mee.''

Blokker

Een belangrijke rol in het boek is weggelegd voor familiebedrijven. Daar komt het relatief vaak voor dat een 'jonkie' de leiding krijgt, zoals de auteur zelf gebeurde.

''Maar veel te vaak ook juist niet'', zegt de auteur. ''Dan krijg je situaties zoals bij Blokker, waar de oudere generatie het stokje maar niet over wil dragen.'' Hoewel het ook wel aan de generaties die erna komen ligt. ''Die mogen wel wat meer lef tonen om gewoon een keer in te stappen.''

Groenenboom wil andere jonge ondernemers vooral meegeven dat ze vooroordelen meteen naast zich neer moeten leggen: ''Go for it. Ga gewoon lekker werken en trek je niets aan van het beeld dat andere mensen jou opdringen.''