Het aantal marktkramen in Nederland is na twee jaar van gestage toename dit jaar weer iets gedaald. Het zijn er in totaal ongeveer elfduizend.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt dat zaterdag op basis van een analyse van bestaande cijfers. Het bureau keek daarbij vooral naar het beeld over de laatste tien jaar.

Het aantal kramen op Nederlandse markten bereikte in die periode een hoogtepunt in 2009; toen waren het er meer dan twaalfduizend. In 2014 waren er nog maar 10.600 over, waarna het herstel weer inzette.

Tussen 2007 en dit jaar is het aantal voedselkramen sterk toegenomen, van nog geen drieduizend tot bijna vierduizend. In de overige artikelen werd het aanbod op de markt juist schraler: in 2007 waren er 8.200 non-food-kramen, nu nog maar 7.400.

Mooie boeketten

Vooral marktkooplui in textiel, schoenen, kleding en fournituren gaven er de brui aan. Er zijn nu ruim vijfhonderd minder van dat soort kramen dan tien jaar geleden. Ook tweedehands artikelen en bloemen en planten zijn minder op de markt te koop.

Wel in opmars, met een stijging van 4 procent, zijn kramen met speelgoed en huishoudelijke artikelen.

Voedsel

Uit de cijfers valt op te maken dat veel groente- en fruithandelaren de afgelopen tien jaar de stap naar de markt hebben gezet. Het aantal kramen groeide van 865 naar 915, terwijl in diezelfde periode het aantal groentewinkels juist afnam.

De grootste stijging in de voedselsector zit bij producten zoals noten, kaas, vis en snoep. Die producten waren in 2007 op nauwelijks tweeduizend plekken te vinden op Nederlandse markten en inmiddels op ruim drieduizend.

Regionaal

De meeste marktkramen zijn te vinden in Noord- en Zuid-Holland, gevolgd door Noord-Brabant en Gelderland. De minste staan in Zeeland en Flevoland.

Vooral in Limburg en Zuid-Holland - met Den Haag als uitschieter - kwamen er de afgelopen tien jaar meer kooplui bij. In Noord-Brabant werden de meeste kramen definitief afgebroken.