Als het vrijhandelsverdrag TTIP er komt, heeft dat meer nadelige gevolgen voor Europese bedrijven dan voor Amerikaanse.

Dat zeggen Henk de Vries en Stijn Veenstra van de Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM). Zij ondervroegen experts van zes Nederlandse machinefabrieken die hun producten zowel in Europa als in de Verenigde Staten op de markt brengen.

De geïnterviewden stellen dat exporteren naar de VS kostbaar en tijdrovend is vanwege de vele testen waaraan machines onderworpen moeten worden.

Claimcultuur

De Amerikaanse claimcultuur speelt hierbij een rol: bedrijven proberen zich met gedetailleerde voorschriften en uitgebreide testen in te dekken tegen aanklachten in het geval er iets misgaat met een product.

Verder kunnen testresultaten vaak niet worden overgedragen, omdat testmethodes in de VS vaak anders zijn dan in Europa.

Duurder

Volgens een ondervraagde manager leidde het gebruik van een bepaald onderdeel tot vier verplichte audits per jaar in zijn fabriek, waardoor de machine 20.000 tot 30.000 euro duurder werd.

Andersom gaan Amerikaanse bedrijven er met het vrijhandelsverdrag waarschijnlijk op vooruit door het Europese model te volgen, dat flexibel is en het bedrijven makkelijker maakt om te innoveren en exporteren.