'Overgrote meerderheid heeft geen probleem met koopzondag'

Vier op de vijf Nederlanders nemen geen aanstoot aan koopzondagen. De meeste consumenten maken er dan ook wel eens gebruik van. Tegenstanders wijzen onder meer op de vrije dag van de winkelier.

Dat blijkt zaterdag uit uitkomsten van het NUpanel van NU.nl en Citisens. De enquête is ingevuld door 1.086 Nederlanders.

De overgrote meerderheid (80 procent) van de Nederlanders heeft geen problemen met koopzondagen. Wel nemen inwoners van gemeenten zonder koopzondagen iets vaker (21 procent) aanstoot aan koopzondagen dan mensen uit gemeenten met koopzondagen (13 procent).

Zowel jongeren als ouderen zijn overwegend positief over koopzondagen, alhoewel jongeren iets positiever zijn dan ouderen. Onder mensen van 18 tot en met 44 jaar heeft 85 tot 86 procent geen problemen met geopende winkels op zondag.

Onder mensen van 45 tot en met 64 jaar neemt drie kwart er geen aanstoot aan en onder 65-plussers neemt dit aandeel af naar 70 procent.

Tijd

Retail- en merkendeskundige Paul Moers verbaast dit alles niets: "We gaan toe naar een 24 uurseconomie. Het is van de zotte dat winkels op zondag gesloten blijven. Juist op zondag is iedereen relaxed en hebben mensen alle tijd om te winkelen."

"De retail klimt weer uit een dal en koopzondagen toevoegen, kan een impuls geven aan de omzet van de detailhandel. Ook voor de horeca is het goed, want mensen combineren deze twee disciplines vaak."

Zondagsrust

Een groot deel van de ondervraagden die tegen koopzondagen zijn, vindt dat winkeliers een vrije dag verdienen (73 procent). Twee derde (66 procent) van de tegenstanders stelt bovendien dat winkels al vaak genoeg open zijn.

Voor ruim de helft (54 procent) van de tegenstanders is het een principekwestie. Ongeveer de helft van deze groep stelt dat koopzondagen een bedreiging voor de zondagsrust vormen. Een derde van deze principiële tegenstanders ziet hierin geen bedreiging.

Negen op de tien Nederlanders die in gemeenten met koopzondagen wonen, ervaren geen overlast door de geopende winkels. Inwoners die dit wel ervaren, wijten de overlast voornamelijk aan de toename van de parkeerdruk (49 procent), de geluidsoverlast (35 procent) en de extra hangjeugd (14 procent).

Bijna drie kwart (73 procent) van de mensen uit gemeenten zonder koopzondagen verwacht geen onrust te zullen ervaren als de winkels op zondag hun deuren openen.

Ouderwets denken

De discussie over zondagsrust is volgens Moers gebaseerd op "ouderwets denken". "Ooit moesten arbeiders doordeweeks hard werken en hadden ze de zondagsrust nodig. Dat is nu niet meer het geval. Wat je ziet, is dat mensen positiever worden zodra je koopzondagen instelt." 

Dat christelijke motieven meespelen in het blokkeren van koopzondagen, noemt Moers "niet van deze tijd". "We liggen op wereldniveau juist achter qua openingstijden. In het oosten van het land worden koopzondagen nog op basis van christelijke motieven tegengehouden. Dat zouden we niet moeten doen."

Dat een winkelier vrije tijd nodig heeft, onderschrijft ook Moers. "Je moet je tijdschema echter anders indelen. Maak schema's waarin het personeel diensten afwisselt. Ben je een eenpitter, dan kun je op zondag bijvoorbeeld mensen inhuren."

Winkelen

De meeste consumenten in gemeenten met koopzondagen (59 procent) maken geregeld tot zeer vaak gebruik van koopzondagen. Drie op de tien doen dit zelden tot nooit.

Ondervraagden uit gemeenten met koopzondagen winkelen of doen vaker boodschappen op zondag dan inwoners van gemeenten met gesloten winkeldeuren op de zondag (31 procent). Een ruime helft (56 procent) van deze groep bezoekt nooit tot zelden op zondag een winkel. Voor mensen uit gemeenten met koopzondagen ligt dit percentage lager; op 29 procent.

Het niet voelen van winkelbehoefte of niets nodig hebben zijn voor 67 procent van de ondervraagden belangrijke redenen om thuis te blijven op zondag. Voor 36 procent van de thuisblijvers is het een principekwestie en speelt het geloof en het belang van de zondagsrust mee. Een kleine groep (11 procent) winkelt simpelweg niet op zondag, omdat de winkels in de directe omgeving gesloten zijn.

Iets meer dan de helft (56 procent) van de groep die wel op zondag winkelt, doet dit voor zowel de dagelijkse boodschappen als voor de lol van het winkelen. Bijna 40 procent zegt dit uitsluitend te doen voor de dagelijkse boodschappen. Voor slechts 6 procent draait het puur om het plezier van het winkelen.

Koopavond

Verder blijkt dat ruim de helft van de respondenten geen behoefte heeft aan een doordeweekse koopavond. Bijna een derde (31 procent) voelt die behoefte wel. De rest is hier neutraal over.

Mensen uit gemeenten met koopzondagen zijn lichtelijk negatiever (51 procent) over de doordeweekse koopavond dan respondenten uit gemeenten zonder koopzondagen (48 procent).

Het omzeteffect van koopavonden voor de detailhandel kan volgens Moers "wisselend" zijn. "Het is belangrijk dat alle winkeliers meedoen, zodat consumenten een ruime keuze hebben. Dat gebeurt niet altijd. In Alkmaar openen bijvoorbeeld niet alle winkeliers hun zaken", stelt hij.

"Koopzondagen blijken sneller een succes te zijn, want mensen hebben dan toch de hele dag de tijd en vervelen zich al snel."

De overgrote meerderheid (92 procent) van de respondenten uit dit onderzoek woont in een gemeente met koopzondagen.

Lees meer over:

NUlokaal adverteren

NUwerk

Tip de redactie