De investeringen van het kabinet in negen zogenaamde topsectoren hebben na zes jaar nog niet de gehoopte baanbrekende innovaties opgeleverd. Dat blijkt uit een evaluatie.

Minster Henk Kamp van Economische Zaken heeft de resultaten van de evaluatie naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het kabinet heeft in 2011 negen sectoren aangewezen waarin extra geld wordt gestoken vanwege hun belang voor onder meer de export. In totaal gaat het jaarlijks om ruim 1 miljard euro. 

Een van de doelstellingen is dat de sectoren met baanbrekende innovaties zouden komen. Dat is nog maar mondjesmaat gebeurd, blijkt uit een evaluatie door onderzoeksbureau Dialogic.

Ook een andere doelstelling van het beleid is in onvoldoende mate gehaald. De topsectoren zijn onder meer geselecteerd op hun vermogen om bij te dragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen. Daar komt in de praktijk nog weinig van terecht, valt op te maken uit de evaluatie.

Successen

Twee andere doelstellingen zijn wel gehaald. Nederland moest in de top vijf meest concurrenrende en innoverende economieën ter wereld terechtkomen en dat is gebeurd.

Ook is het streefbedrag voor gezamenlijke innovatieprojecten van het bedrijfsleven en private partijen gehaald en zelfs overtroffen. De lat lag op 88 miljoen euro, maar inmiddels is al 1 miljard in dit soort projecten gestoken, waarvan ongeveer de helft door publieke partijen.

Niet een-op-een

In het FD relativeert expert Emmo Meijer die laatste twee prestaties. Dat Nederland bij de meest innovatieve economieën hoort, is volgens hem niet een-op-een toe te schrijven aan het topsectorenbeleid. Bovendien geeft het bedrijfsleven jaarlijks 14 miljard euro uit aan onderzoek en ontwikkeling, waarvan dus maar een fractie aan het beleid is toe te schrijven.

Minister Kamp schrijft in de brief aan de Kamer dat hij tevreden is over het beleid. De beoogde veranderingen zijn volgens hem niet van de ene op de andere dag te realiseren en hij constateert dat de betrokkenheid van alle partijen steeds groter wordt.