Europese familiebedrijven zijn steeds vaker actief buiten de eigen landsgrenzen.

Inmiddels is 74 procent van de familiebedrijven actief in het buitenland, een toename van 14 procentpunt ten opzichte van 2013. 

Dat blijkt dinsdag uit onderzoek van accountantsorganisatie KPMG en de Europese organisatie voor Familiebedrijven EFB onder ruim 1.400 ondernemingen. 

De ondernemingen trekken vooral naar andere Europese landen. Buiten Europa richten ze zich vooral op Azië en Noord-Amerika.

Ook in de nabije toekomst verwachten ze in verschillende andere landen actief te zijn. Een op de vijf heeft daarbij andere Europese markten in het vizier, 13 procent denkt aan Azië en bij 9 procent staat Noord-Amerika op het verlanglijstje.

Regelgeving

Volgens KPMG wordt de toegenomen belangstelling voor het buitenland aangewakkerd door de verbeterde regelgeving in veel landen. Twee jaar geleden zag een kwart van de bedrijven dit nog als een obstakel, inmiddels is dit nog 4 procent.

Om de uitbreidingen te bekostigen, maken familiebedrijven steeds meer gebruik van externe financiering.  Daarbij kijken ze niet alleen naar banken; vier op de tien ondernemingen hebben recentelijk een investering gekregen van vermogende particulieren.

"Het is een algemeen misverstand dat familiebedrijven alleen maar gebruik zouden maken van eigen financiering en wat dat betreft dus onafhankelijk zouden zijn", aldus KPMG-partner Arnold de Bruin.

"De bedrijven zien de ideale financier duidelijk als een partij die bereid is dezelfde risico’s te lopen als de onderneming, dezelfde focus heeft op het behalen van rendement, over vergelijkbare kernwaarden beschikt en het karakter van een familiebedrijf begrijpt. Vermogende particulieren blijken in het algemeen aan dit profiel te voldoen."