Grote energiebedrijven als BP, E.ON, Statoil en Shell lopen de deur plat bij de Europese Commissie. Dat doet vermoeden dat zij een forse invloed hebben op het energie- en klimaatbeleid.

Vier van de vijf ontmoetingen met lobbyisten die de EU-commissarissen Miguel Arias Cañete (Klimaat en Energie) en Maros Sefcovic (Energieunie) in hun eerste jaar hadden, waren met vertegenwoordigers van de energie-industrie.

Met milieuorganisaties, vakbonden en andere ngo's werd veel minder gepraat. Dat blijkt uit het verplichte lobbyregister, stelt lobbywaakhond Corporate Europe Observatory (CEO) donderdag in een rapport.

Sefcovic en Cañete, die voorheen oliebedrijven leidde, hadden nauwelijks contact met lobbyisten die hernieuwbare energie propageren.

Dat is in strijd met de belofte van commissievoorzitter Jean-Claude Juncker dat bij ontmoetingen met belanghebbenden 'balans en proportionaliteit' vooropstaan, stelt de ''zeer bezorgde'' CEO. ''Zij die verantwoordelijk zijn voor vervuiling moeten niet degenen zijn die besluiten over oplossingen.''