De handel met China levert Nederland 4,4 miljard euro in 2014 op, dat komt neer op 0,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Daarbij is de export goed voor 62.000 Nederlandse banen.

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag.

Nederland exporteerde vorig jaar voor 9,3 miljard euro naar China. Daar was 4,9 miljard euro aan goederen vanuit andere landen voor nodig, waardoor het uiteindelijke bedrag op 4,4 miljard euro uitkomt. Tien jaar geleden leverde de export naar China 1,6 miljard euro op.

Volgens het statistiekbureau importeerde Nederland grondstoffen zoals aardolie om er kunststof voor China mee te maken.

Indirecte handel

De export bestaat voor een deel ook uit wederuitvoer. In dat geval kopen bedrijven bijvoorbeeld medicijnen uit de Verenigde Staten om die door te verkopen aan China. In China wordt de import uit Nederland deels gebruikt voor eigen consumptie en deels voor de eigen export. 

Ook de indirecte handel levert Nederland geld op. Zo wordt er bijvoorbeeld staal geëxporteerd naar Duitsland, die er auto's voor de Chinese markt mee maakt. Er is volgens het CBS niet te zeggen hoeveel geld hiermee wordt verdiend.

ING becijferde eerder dit jaar dat de indirecte handel naar China 6 procent uitmaakt van de totale Nederlandse export. Dat percentage is drie keer groter dan wanneer alleen de omzet van de directe export naar China wordt gemeten. China is daarmee de op drie na belangrijkste handelspartner voor Nederland.

Directe handel

De directe uitvoer van goederen naar China bedroeg in 2014 7,1 miljard. Daarmee is China de negende afzetmarkt voor Nederlandse bedrijven. De directe uitvoer van diensten leverde in dat jaar 2 miljard euro op.   

Vooral de zakelijke dienstverlening, groot- en detailhandel en de industrie profiteerden van de directe handel met China. 

"Deze bedrijfstakken konden vanwege die handel meer banen creëren. Negen op de tien banen die verbonden zijn aan de handel met China zitten in deze bedrijfstakken", aldus het CBS.