Wat zijn de uitgangspunten voor de berekening van de transitievergoeding? 

Door TQL

De transitievergoeding wordt als volgt berekend: 

Afhankelijk van het aantal jaren dat de medewerker in dienst was betaalt de werkgever 1/3 van het maandsalaris per gewerkt dienstjaar. Vanaf het 10e dienstjaar is dit een vergoeding van half maandsalaris per dienstjaar. 

Voor medewerkers van 50 jaar of ouder met een dienstverband van tien jaar of langer geldt een vergoeding van een maandsalaris per dienstjaar. Telt een bedrijf minder dan 25 werknemers, dan geldt deze regel niet. 

Het maandsalaris is het bruto maandsalaris plus vaste overeengekomen looncomponenten zoals vakantietoeslag, dertiende maand, een structurele overwerkvergoeding en een vaste ploegentoeslag.

Het is de bedoeling dat de werknemer dit transitiebudget gaat gebruiken voor (om)scholing of het inschakelen van een outplacementbureau. De kosten van omscholing/outplacement mag de werkgever in mindering brengen op het transitiebudget. 

Welke kosten mag de werkgever in mindering brengen op de transitievergoeding? 

Dit zijn: 

1. Transitiekosten. Hierbij gaat om kosten die worden gemaakt voor activiteiten en inspanningen bij (dreigend) ontslag, met het doel de werknemer zo snel mogelijk aan nieuw werk te helpen. Denk aan scholingskosten, outplacementkosten of kosten voor een verlengde opzegtermijn. 

2. Inzetbaarheidskosten. Hierbij gaat het om de externe kosten die de werkgever maakt om de werknemer tijdens het dienstverband te versterken in een brede inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Dit mogen geen kosten zijn die zijn besteed aan verbeteren van de inzetbaarheid binnen de organisatie.

Onder de inzetbaarheidskosten vallen wel cursussen die gericht zijn op persoonlijke ontwikkeling of niet-werkgerelateerde (taal)cursussen. Deze kosten mogen uiterlijk vijf jaar vóór het einde van het dienstverband gemaakt zijn, tenzij de werkgever en de werknemer schriftelijk een andere periode overeenkomen.

Er moet vooraf met de werknemer schriftelijk zijn overeenkomen dat de kosten later met een eventuele transitievergoeding mogen worden verrekend.

Deze schriftelijke overeenkomst moet in het personeelsdossier worden opgenomen. Het instemmingsvereiste van de werknemer vervalt als over de kosten afspraken zijn gemaakt tussen werkgevers- en werknemersverenigingen (bijvoorbeeld in de cao). Dit is ook het geval als de werkgever hierover afspraken heeft gemaakt met de OR. 

Zijn er uitzonderingen mogelijk op de berekening van de transitievergoeding? 

De toekomstige transitievergoeding is afhankelijk van de duur van een dienstverband. Voor de eerste tien jaar bedraagt de vergoeding een derde van een maandsalaris per dienstjaar. Als de werknemer langer dan tien jaar in dienst is, wordt het een half maandsalaris per dienstjaar.

De transitievergoeding bedraagt maximaal 75.000 euro, behalve voor salarissen van meer dan 75.000 euro, dan is de vergoeding maximaal een jaarsalaris.

Hierop gelden twee uitzonderingen: De transitievergoeding is bedoeld om de ‘transitie’ naar een nieuwe baan voor een werknemer makkelijker te maken. De werknemer kan het budget bijvoorbeeld inzetten voor scholing, maar dit is niet verplicht. Hij kan het geld ook gebruiken om een outplacementtraject te volgen.

Werkgevers die bij de beëindiging van het dienstverband andere maatregelen nemen om werkloosheid te voorkomen of de periode van werkloosheid te verkorten, kunnen deze kosten aftrekken van de transitievergoeding. Er hoeft geen transitievergoeding te worden betaald, als er sprake is van ernstig en verwijtbaar handelen van de werknemer. 

Hoe kan de transitievergoeding worden berekend? 

De transitievergoeding wordt berekend door het maandsalaris en de duur van de arbeidsovereenkomst. Bij het berekenen van de transitievergoeding telt u de volgende looncomponenten bovenop het maandsalaris: 

Een twaalfde deel van de vakantiebijslag en de eindejaarsuitkering waar de werknemer binnen twaalf maanden recht op zou hebben als de arbeidsovereenkomst was voortgezet; een twaalfde deel van de overeengekomen vaste looncomponenten die u verschuldigd bent geweest in de twaalf maanden voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst. Hieronder vallen bijvoorbeeld overwerkvergoedingen en ploegentoeslagen. 

Een 36e deel van de overeengekomen variabele looncomponenten die u verschuldigd bent geweest in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Hieronder vallen bijvoorbeeld bonussen, winstuitkeringen en eindejaarsuitkeringen. Bij een korter dienstverband berekent u dit bedrag naar rato. Is een werknemer bijvoorbeeld 24 maanden in dienst geweest, dan deelt u de variabele looncomponenten door 24. 

De hoogte van de transitievergoeding is over de eerste tien jaar die een werknemer in dienst was een zesde deel van het maandsalaris per half jaar (dit is gelijk aan een derde deel van het maandsalaris per jaar); 

Wanneer een werknemer meer dan tien jaar in dienst geweest, dan ontvangt hij voor de jaren na zijn tiende dienstjaar een kwart van het maandsalaris per half jaar (dit is gelijk aan een half maandsalaris per jaar). 

TQL (The Question Library) is een expertbank met meer dan 21.000 vragen en antwoorden over de dagelijkse bedrijfsvoering, van juridische zaken, marketing & sales en financieën tot strategie & bestuur en HR.