Ruim een derde van de Nederlandse ondernemers ziet buitenlandse wet- en regelgeving als de grootste drempel voor internationaal zakendoen.

Dit blijkt uit een zaterdag gepubliceerd rapport van onderzoeksbureau GfK in opdracht van Rabobank.

Nieuwe kansen benutten en minder afhankelijk zijn van de binnenlandse markt zijn voor ondernemers belangrijke redenen om internationaal actief te worden.

Maar ze zien op tegen de buitenlandse wet- en regelgeving, het opbouwen van een netwerk en het vinden van de juiste partners. Eenmaal internationaal actief, zien bedrijven niet-betalende afnemers, valuta- en transportrisico's als de grootste knelpunten.

Ruim 60 procent van ondernemers die nu al over de grens actief zijn, verwacht dat hun internationale zaken binnen vijf jaar zijn uitgebreid. Bijna een vijfde verwacht zelfs sterke uitbreiding (19 procent). 

Azië

De komende jaren zien Nederlandse ondernemers de meeste groei in Azië en Zuid-Amerika, al blijft Europa favoriet voor internationale zaken.

Van de bedrijven die internationaal actief zijn, had overigens 50 procent minder dan twee jaar nodig om het idee van internationalisering om te zetten in actie.

''We hebben het altijd over Nederland handelsland, en dat blijkt ook weer uit deze cijfers. Mensen hebben blijkbaar een goed gevoel waar kansen zitten en weten die dan ook te pakken'', zegt Eric Saris van Rabobank.

Het onderzoek is uitgevoerd onder 440 ondernemers die internationaal zaken doen of internationale ambities hebben.