De orderportefeuille in de Nederlandse bouwsector is in januari licht gestegen, tot een niveau waarmee bouwers zeven maanden vooruit kunnen. 

Na een hapering van het herstel in december zet de opgaande lijn in de orderboeken daarmee weer door. Dat stelde het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) woensdag.

De orderontwikkeling was het sterkst in de woningbouw, gevolgd door de burgerlijke en utiliteitsbouw. In de grond-, water- en wegenbouw was de toename mondjesmaat. Volgens het EIB gingen de meeste klussen naar grote bouwondernemingen.

Aan de maandelijkse conjunctuurmeting van het EIB doen ruim 400 hoofdaannemingsbedrijven met meer dan tien personeelsleden mee. Ruim twee derde van die bedriijven gaf aan geen stagnatie in onderhanden werk te ondervinden. Drie op de tien zagen echter wel stagnatie als gevolg van een te laag aantal opdrachten.