De wereldwijde vraag naar vliegreizen is in januari minder hard gestegen dan gemiddeld in 2014. Dat meldt de internationale luchtvaartorganisatie IATA woensdag.

Dat komt met name doordat het Chinese nieuwjaarsfeest, dat altijd een flinke stroom reizigers op gang brengt in Azië, dit jaar pas in februari viel. De internationale luchtvaartorganisatie IATA meldde dat woensdag.

Het passagiersvervoer steeg in januari wereldwijd met 4,6 procent, tegen een gemiddelde toename met 5,9 procent in 2014. Volgens IATA-directeur Tony Tyler is desondanks sprake van een ''gezonde'' groei van de vraag naar vliegtickets. De capaciteit bij luchtvaartmaatschappijen nam met 5,2 procent toe. Gemiddeld was 77,7 procent van de stoelen aan boord bezet. Dat was 0,5 procentpunt minder dan in januari 2014.

Tyler sprak van een ''relatief positieve start'' van 2015. Hij waarschuwde wel dat er verscheidene economische en politieke risico's op de loer liggen die de groei in de luchtvaartbranche in gevaar kunnen brengen. Dinsdag bleek al dat vrachtvervoerders een teleurstellende eerste maand van het jaar hebben doorgemaakt.

Prijsvechters

Europese luchtvaartmaatschappijen mochten zich in januari verheugen in een 5 procent sterkere vraag vergeleken met een jaar eerder. Die groei kwam voor het overgrote deel op het conto van prijsvechters.

In Azië werd 5,7 procent meer gebruik gemaakt van het vliegtuig. De vraag lag in Latijns-Amerika 5,6 procent hoger dan een jaar eerder en in Noord-Amerika 2,7 procent.

De reislust in het Midden-Oosten lijdt vooralsnog niet onder de sterk gedaalde olieprijzen. Het passagiersvervoer nam daar met 11,4 procent toe, waarmee de Golfregio nog altijd veruit de sterkste groeicijfers laat zien.

In Afrika werkten de ingezakte olieprijzen wel door in de vervoersstatistieken. De vraag lag 0,7 procent lager dan een jaar eerder, met name door zwakke cijfers in Nigeria.