Bij de Nederlandse truckfabrikant DAF is woensdag de miljoenste in Eindhoven geproduceerde vrachtauto van de band gerold. Premier Mark Rutte heeft het voertuig onthuld.

In zijn 87-jarige bestaan heeft DAF Trucks een reputatie opgebouwd op het gebied van ontwikkeling, productie, verkoop en service van transportmaterieel.

Inmiddels is de truckproducent uitgegroeid tot marktleider op de Nederlandse vrachtwagenmarkt. Grofweg één op de drie trucks die hier geregistreerd worden, is een DAF.

DAF’s wortels gaan terug tot 1928, toen de broers Hub en Wim van Doorne de basis legden voor wat nu de snelst groeiende truckproducent van Europa is. Wat begon als een kleine machinefabriek en smederij, ontwikkelde zich in 1932 tot aanhangwagenproducent.

In 1949 werd in de aanhangwagenfabriek de eerste DAF-truck geproduceerd. Een jaar later werd een nieuwe truckfabriek gebouwd en een begin gemaakt met de productie van chassis voor drie-, vijf- en zestons vrachtwagens.

Mijlpaal

Een mijlpaal bereikte DAF in 1955, toen het tienduizendste truckchassis werd afgeleverd. In 1957 opende DAF ook een motorenfabriek, waar onder licentie motoren van Leyland werden geproduceerd. Hieruit ontwikkelde DAF later zijn eigen motoren.

In de jaren negentig ging het opeens slechter. In 1993 stortte de bedrijfswagenmarkt in. Dat gebeurde met name in het Verenigd Koninkrijk, een grote afzetmarkt voor DAF. Het betekende het faillissement voor DAF, maar al binnen enkele weken volgde een doorstart met de oprichting van het nieuwe bedrijf DAF Trucks N.V.

In 1996 nam de Amerikaanse vrachtwagenfabrikant Paccar het Nederlandse bedrijf over, waarbij de toekomst van DAF werd verzekerd. Paccar is een van de grootste truckfabrikanten ter wereld.

Het ging daarna voor de wind met het bedrijf. In 1999 leverde DAF Trucks de 500.000e truck af en in 2007 de 750.000e.