De Amerikaanse kredietbeoordelaar Standard & Poor's (S&P) wordt in eigen land niet langer vervolgd omdat het onzorgvuldig te werk is gegaan bij de beoordeling van bepaalde hypotheekbeleggingen.

De firma heeft samen met moederbedrijf McGraw Hill Financial een schikking met justitie getroffen.

Volgens de overeenkomst, waarvan de details dinsdag openbaar werden gemaakt, betaalt S&P 687,5 miljoen dollar (ruim 600 miljoen euro) aan het ministerie van justitie.

Daarnaast betaalt de kredietbeoordelaar in totaal nog eens datzelfde bedrag aan een kleine twintig staten die eveneens procedures hadden lopen. Met een ambtenarenpensioenfonds in Californië is een compensatieregeling van 125 miljoen dollar getroffen.

"Op verschillende momenten heeft de leiding van de firma waarschuwingen van analisten genegeerd dat financiële producten die een goede rating kregen, niet presteerden naar behoren", zei de Amerikaanse minister van Jusitite, Eric Holder, dinsdag bij het aankondigen van de schikking. 

Kredietbeoordelaars als S&P worden ervan beticht veel te hoge beoordelingen te hebben gegeven aan schuldpapier met woninghypotheken als onderpand. Maar als onderdeel van de gesloten overeenkomst, ontkent S&P dat het de wet heeft overtreden. 

Verliezen

Toen de Amerikaanse huizenmarkt in 2007 instortte, werden veel banken en beleggers opgezadeld met fikse verliezen op beleggingen die ten onrechte als veilig werden beschouwd.

De Amerikaanse huizenmarktcrisis leidde wereldwijd tot een diepe vertrouwenscrisis tussen financiële instellingen. De economische neergang die daarop volgde, laat nog altijd diepe sporen na.

Ook het internationale bankenlandschap is door de crisis ingrijpend veranderd. Het belangrijkste Nederlandse slachtoffer was Fortis/ABN AMRO, dat in 2008 noodgedwongen werd genationaliseerd.

Lees ook: Wat zijn rommelhypotheken